Lier

Zitting van 02 maart 2026

Van 19:30 uur.

 

Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

REGELING DER WERKZAAMHEDEN

 

 

Besluit:

Kennisgenomen.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

MONDELINGE VRAGEN

 

MOTIVERING

Mondelinge vraag 1 : van Anja De Wit (N-VA) i.v.m. invoering van HandyPark in Lier

HandyPark is het nationale digitale platform voor parkeerrechten voor personen met een handicap, dat is ingevoerd op 5 mei 2025.

 

Het laat kaarthouders toe om hun parkeerkaart digitaal te koppelen aan hun nummerplaat, waardoor parkeercontroles zoals bijvoorbeeld via scanauto’s, automatisch herkennen dat iemand gratis of onbeperkt mag parkeren, ook in betalende of blauwe zones.

 

Daarmee lost HandyPark twee grote problemen op:

         onterechte parkeerboetes, doordat scanauto’s papieren kaarten niet kunnen lezen

         fraude en administratieve rompslomp door lokale, aparte registratiesystemen.

 

Het systeem werkt vandaag al in Antwerpen, Genk en Kortrijk, en meer dan 60 extra steden en gemeenten zijn bezig met in te stappen in het platform, waaronder bijvoorbeeld Roeselare, daar neemt men het al integraal op in het digitale parkeersysteem, maar voorziet men nog een overgangsperiode.

 

Mijn vragen aan u, meneer de Schepen, zijn de volgende:

  1. Is het stadsbestuur bereid om te onderzoeken of HandyPark ook in Lier kan worden ingevoerd, zodat we net zoals stedelijke collega’s in onder meer Antwerpen, Genk en Kortrijk, de parkeerervaring voor personen met een handicap verbeteren en foutieve boetes vermijden?
  2. Kunt u toelichten of er vandaag nog bepaalde praktische, technische of organisatorische elementen meespelen waardoor de aansluiting in Lier nog niet zou kunnen plaatsvinden?
  3. Aangezien HandyPark in meer dan 60 extra gemeenten in voorbereiding is, zou Lier niet beter tijdig aansluiten? Op die manier kunnen we mee te evolueren met deze uniforme en door VVSG, FOD Sociale Zekerheid en de drie Gewesten ondersteunde aanpak?
  4. Hoe ziet u, als schepen bevoegd voor mobiliteit, de impact op de doelgroep, en kan Lier – net zoals andere steden – begeleiding voorzien voor inwoners die digitaal minder sterk staan, zodat niemand wordt uitgesloten?

 

Antwoord schepen Ivo Andries:

Bedankt voor de vragen rond HandyPark en de parkeerrechten voor personen met een handicap. Ik overloop met u de antwoorden op de verschillende vragen:

 

  1. Bereidheid tot onderzoek

 

Wij staan steeds open om nieuwe systemen die de dienstverlening aan onze inwoners verbeteren, te onderzoeken. Dat geldt ook voor HandyPark.

De meerwaarde van HandyPark situeert zich voornamelijk in steden waar digitale controle via scanauto’s gebeurt. Vandaag werken wij in Lier niet met scanauto’s en de invoering daarvan staat momenteel ook (nog) niet op de planning. Dat neemt niet weg dat we bereid zijn om te bekijken welke opportuniteiten het platform op langere termijn kan bieden, maar dit moet steeds afgewogen worden tegenover de budgettaire impact en de praktische haalbaarheid voor de stad.

 

  1. Praktische, technische en organisatorische elementen

 

Aangezien Lier momenteel geen gebruik maakt van scanauto’s of een volledig digitaal handhavingssysteem, is er op dit moment geen onmiddellijke noodzaak om aan te sluiten om foutieve boetes door automatische controles te vermijden.

Een eventuele aansluiting bij HandyPark zou betekenen dat we ons parkeersysteem technisch moeten koppelen aan het nationale platform en onze interne processen daarop moeten afstemmen. Dat vraagt zowel een technische integratie als organisatorische aanpassingen, en mogelijk ook bijkomende investeringen. Die elementen moeten grondig in kaart worden gebracht vooraleer hier een beslissing over kan worden genomen.

 

  1. Tijdig aansluiten in functie van evoluties

 

We volgen de evoluties in andere steden zoals Antwerpen, Genk en Kortrijk uiteraard op de voet, net als de verdere uitrol in andere gemeenten. Het feit dat meer dan 60 steden en gemeenten in voorbereiding zijn, toont aan dat dit een beweging is die leeft.

Voor Lier is het echter belangrijk om keuzes te maken die afgestemd zijn op onze eigen schaal, ons parkeermodel en onze financiële ruimte. Indien in de toekomst zou blijken dat een verdere digitalisering van de parkeerhandhaving – bijvoorbeeld via scanauto’s – wenselijk is, dan zal aansluiting bij een uniform platform zoals HandyPark zeker mee in overweging worden genomen.

 

  1. Impact op de doelgroep en begeleiding

 

Voor personen met een handicap staat gebruiksgemak centraal. Vandaag kunnen kaarthouders in Lier hun parkeerkaart fysiek gebruiken zonder dat zij geconfronteerd worden met automatische controles via scanauto’s. Daardoor stellen zich hier momenteel minder problemen met foutieve boetes op basis van onleesbare papieren kaarten.

Indien we in de toekomst zouden overstappen op een meer digitaal systeem, is het voor ons essentieel dat niemand wordt uitgesloten. We zouden dan, net zoals andere steden, inzetten op duidelijke communicatie en begeleiding, zodat ook inwoners die digitaal minder sterk staan, correct ondersteund worden.

 

 

Mondelinge vraag 2 : van Christophe Wuyts (N-VA) i.v.m. Capaciteitsproblemen in scholen

Onderwijs is sinds 1948 internationaal erkend als een basisrecht en vormt veel meer dan enkel het verwerven van kennis. Het is de sleutel tot persoonlijke groei, gelijke kansen en een sterke samenleving. Door naar school te gaan ontwikkelen kinderen niet alleen essentiële basisvaardigheden, maar krijgen ze ook stabiliteit en de nodige kansen om zich goed voor te bereiden op hun toekomst.

Daarvoor moet er uiteraard ook plaats zijn voor elk kind: een stoel in de klas, een plek op school. Net daar dreigt het binnen enkele jaren moeilijk te worden, wanneer in bepaalde regio’s de capaciteit onder druk komt te staan en het aantal beschikbare plaatsen niet langer vanzelfsprekend volstaat.

Op gemeenteniveau heeft de meerderheid van de gemeenten (218 van de 304 in het Vlaams en Brussels Gewest) een capaciteitsoverschot. Toch wordt in 86 gemeenten een tekort verwacht tegen 2030-2031.

Voor Lier wordt een capaciteitstekort van meer dan 400 plaatsen geraamd tegen 2030-2031. Dit komt overeen met een relatief tekort van ongeveer 13% van het verwachte aanbod. Het tekort situeert zich zowel in het kleuteronderwijs als in het lager onderwijs. Daar moeten we uiteraard niet alarmistisch over doen. We hebben geen stedelijk onderwijs, dus de sleutel daarvoor ligt niet bij de stad. Maar het lijkt me wel een nuttige thematiek om mee te nemen naar ons overleg met het Lierse onderwijs.

 

         Zijn er verklaringen voor dit verwachte capaciteitstekort in Lier? Gaat het hier om bepaalde demografische ontwikkelingen, of ziet u andere factoren?

         Is er hierover al overleg geweest met de scholen, of is het wenselijk dit te voorzien? Is er een rol weggelegd voor de stad in de aanpak van dit probleem?

 

Antwoord schepen Ivo Andries:

Hartelijk dank voor uw vraag over de verwachte schoolcapaciteit in onze stad.

 

De Capaciteitsmonitor 2025 voorspelt inderdaad een capaciteitstekort van meer dan 400 plaatsen in het Lierse basisonderwijs tegen schooljaar 2030-2031.

 

Zijn er verklaringen voor dit verwachte capaciteitstekort in Lier? Gaat het hier om bepaalde demografische ontwikkelingen, of ziet u andere factoren?

 

In de Capaciteitsmonitor 2025 wordt de toekomstige capaciteitsvraag (de prognose van het aantal leerlingen dat een plaats nodig heeft tegen schooljaar 2030-2031) niet zomaar gebaseerd op één enkele factor, maar op een combinatie van methodologisch goed onderbouwde elementen. De berekening van die vraag gebeurt volgens een prognosemodel dat meerdere dynamieken in de leerlingenaantallen in kaart brengt zoals:

 

         Demografische evoluties (o.a. veranderingen in geboortecijfers en leeftijdsopbouw). Zo is er in Lier de voorbije vijf jaar o.a. sprake van een aanzienlijke woonuitbreiding.

         Onderwijsdoor- en uitstroom (o.a. overgang naar een volgend leerjaar, zittenblijven en vroegtijdige uitval).

         Pendelgedrag van leerlingen tussen verschillende gemeenten.

         Effecten van vrije schoolkeuze op lokale leerlingenaantallen. Dit kan ervoor zorgen dat de schoolbevolking in een gebied afwijkt van wat louter op basis van de bevolkingsleeftijdsstructuur verwacht wordt.

 

Anderzijds spelen ook factoren aan de aanbodzijde een cruciale rol. Het verwachte tekort wordt berekend door de vraag af te zetten tegen het beschikbare aanbod dat mede bepaald wordt door het beleid van de onderwijsinstellingen zelf. Voor Lier wordt tegen 2030-2031 slechts een beperkte uitbreiding gerapporteerd. Dit volstaat echter niet om de verwachte groei op te vangen.

 

Waar de capaciteitsdruk zich voorheen vooral in de grote steden (zoals Antwerpen) concentreerde, stelt de monitor vast dat de druk zich nu verplaatst naar de periferie en randsteden. Lier fungeert hierbij als een groeipool.

 

De capaciteitsmonitor formuleert geen specifieke verklaringen voor het verwachte capaciteitstekort in de gemeente Lier. Wij zijn hierover reeds proactief in overleg getreden met de onderzoekseenheid van Katholieke Universiteit Leuven en wachten momenteel op bijkomende informatie.

 

Is er hierover al overleg geweest met de scholen, of is het wenselijk dit te voorzien? Is er een rol weggelegd voor de stad in de aanpak van dit probleem?

 

Dit thema verdient nauwe opvolging in ons overleg met het Lierse onderwijsveld. Dit schooljaar werd dit topic reeds besproken op het Lokaal Overleg Platform (LOP) voor basis- en secundair onderwijs. Ook in de toekomst nemen we deze data zeker mee als fundament voor onze gesprekken op de LOP’s, waarbij we ons willen focussen op de meest doelgerichte aanpak van dit verwachte tekort.

 

Verder zal er vanuit departement Wonen, Leven en Ondernemen een interdisciplinaire werkgroep worden opgericht om capaciteitsproblemen, zowel van scholen als van andere gemeenschapsvoorzieningen, proactief aan te pakken.

 

 

Mondelinge vraag 3 : van Sylvie Bracqué (Missie2500) i.v.m. Mechelbaan

De Mechelbaan in Koningshooikt is de voorbije weken opnieuw opengelegd voor nutswerken. Dat begrijpen we: nutsleidingen moeten veilig en toekomstbestendig zijn. Alleen: sinds die werken is de toestand van het wegdek, de fietspaden opnieuw uitgedaagd geweest. En gezien de erbarmelijke toestand die er al was, is de situatie verergerd.

Bewoners signaleren extra verzakkingen, verschoven rijplaten, diepe putten, en vooral zware lawaai- en trillinghinder. Mensen spreken ons aan over aanhoudende hinder en stress, en ze vragen vooral één ding: dit kan zo niet blijven aanslepen tot de grote heraanleg. Dat deze baan een belangrijke baan is, met veel zwaar verkeer dat weten we én dat is ook helemaal ok. Dat de stad niks doet aan de toestand, hinder die start om 5u ’s ochtends is voor sommige inwoners echt onaanvaardbaar geworden. Ze hebben het geduld gehad om te wachten, echter worden de beloftes telkens weer verschoven.

We zien in het meerjarenplan dat de cluster “Werken Mechelbaan – Beukheuvel – Soeteweide” wél gepland staat, maar hoorden ook dat de budgetten voor de Mechelbaan vooral voor na deze legislatuur zijn. Dat wil zeggen nog 5 tot 6 jaar wachten voor het structurele werk. Ik nodig u uit om echt eens een ochtendspits bij ons te vertoeven of eens over die baan te rijden met de fiets. De Mechelbaan kan niet nog 5 tot 6 jaar wachten.

 

Mijn vragen aan u zijn daarom heel concreet:

  1. Wat ziet u als de verantwoordelijkheid van de stad om lawaaihinder, toenemende trilling met directe en indirecte schade tot gevolg te beheersen?
  2. Welke onmiddellijke doch tijdelijke maatregelen zal de stad nemen om de veiligheid en leefkwaliteit op de Mechelbaan nu te verbeteren, méér dan louter lapwerk met als effect verminderde trilling, aanpak van putten, gevaarlijke dichtingen tussen rijplaten?

         rijplaten herleggen/vervangen en beter verankeren,

         een (tijdelijke) asfalt-egaliserende laag op kritieke zones in plaats van rijplaten,

         trillingsreducerende maatregelen, en handhaving?

         andere…

  1. En tot slot: kan u bevestigen wat de timing is richting effectieve structurele heraanleg van de Mechelbaan, zodanig dat we hierover transparant kunnen zijn naar de bewoners?

 

Antwoord schepen Bert Wollants:

  1. Wat ziet u als de verantwoordelijkheid van de stad om lawaaihinder, toenemende trilling met directe en indirecte schade tot gevolg te beheersen?

Een stad is verplicht om de gemeentewegen veilig en in goede staat te houden:

         maatregelen te nemen tegen overmatige lawaai- en trillingshinder

         hinder aan de bron te beperken (voorzorgsbeginsel)

         klachten serieus te onderzoeken

         bij bewezen nalatigheid schade te vergoeden

         toezien op naleving van politiereglement en geluidsnormen

De stad kan dus zowel administratief, milieurechtelijk als civielrechtelijk aansprakelijk zijn als ze niet optreedt tegen hinder veroorzaakt door haar eigen wegen of slecht beheer daarvan.

 Anderzijds dient het beheer van gemeentewegen te gebeuren binnen een financieel draagbaar kader. Met het nieuw gedefinieerde project in het vooruitzicht, hoewel  nog 5 jaar in de toekomst, is het structureel herstel nu niet aan de orde.

 

  1. Welke onmiddellijke doch tijdelijke maatregelen zal de stad nemen om de veiligheid en leefkwaliteit op de Mechelbaan nu te verbeteren, méér dan louter lapwerk met als effect verminderde trilling, aanpak van putten, gevaarlijke dichtingen tussen rijplaten?

         op korte termijn zijn er geen herstel- of renovatiewerken voorzien. Het technisch bureau openbaar domein vraagt offerte voor het profilerend betonfrezen van de rijbaan in betonplaten. Hierdoor worden wisselende betonplaten gelijk gefreesd. In functie van beschikbare exploitatiebudgetten zal dan bekeken worden of deze werken op korte termijn kunnen uitgevoerd worden.

         een overlaging van niet-gelijkliggende betonplaten met een profileerlaag in asfalt is op korte termijn geen duurzame oplossing. Schade aan de asfalt is al snel te verwachten met nog diepere putten in de asfalt tot gevolg.

         Momenteel geldt reeds een snelheidsregime van 50 km/u. Het verder verlagen van de snelheid naar bv 30/u is niet zinvol. Het baanbeeld leent zich daar niet toe. Bovendien is de Mechelbaan een regionale verbindingsweg voor vrachtverkeer + 3.5ton. Het weren van dat verkeer op Mechelbaan verplaatst de overlast naar minder gewenste (sluip)routes).

 

  1. En tot slot: kan u bevestigen wat de timing is richting effectieve structurele heraanleg van de Mechelbaan, zodanig dat we hierover transparant kunnen zijn naar de bewoners?

 

Zoals opgenomen in de engagementsverklaring tussen alle samenwerkende partners (AQF, Pidpa, Duffel, SKW, Putte en Lier) die door de gemeenteraad ook unaniem werd goedgekeurd is de start der werken voorzien eind 2029. Er wordt gestart op Beukheuvel en vervolgens komt de Mechelbaan en Liersebaan aan de beurt waardoor een einde der werken voorzien is in 2032.

 Momenteel loopt het ontwerp van het vrijliggend fietspad langs Beukheuvel. Dat kan een gesubsidieerd fietspad worden via de provincie Antwerpen. Dat subsidietraject vraagt overleg met veel partners (buurgemeenten, provincie, De Lijn, Vlaamse Overheid,…) en dus jammer genoeg tijd…

 

Het is wel de bedoeling om tegelijkertijd de riolering aan te pakken in Beukheuvel. Specifiek in Beukheuvel wordt deze grotendeels aangelegd op kosten van de Vlaamse overheid (Aquafin). Al het toekomstig afvalwater van Soetewei, Mechelbaan, Berlaarbaan,… wordt daar verzameld om af te voeren naar de waterzuivering in Duffel en moet dus daar eerst aangelegd worden alvorens met de heraanleg van Mechelbaan kan gestart worden.

 

Momenteel is het studiebureau aan het werken aan het voorontwerp. Om alles te kunnen laten passen volgens de moderne richtlijnen zal wellicht een aanpassing nodig zijn aan de rooilijn en dus (beperkte) innames van gronden.

Opmaak rooilijnplan, innameplannen, gesprekken met de eigenaars,… ook dat vraagt tijd en veroorzaakt onvoorspelbaarheid.

 

 

Mondelinge vraag 4 : van Anja Vlaeymans (Missie2500) i.v.m. inspectieverslag van de dienst burgerzaken door de FOD Binnenlandse Zaken

Op 25 november 2025 vond bij de dienst burgerzaken een periodieke inspectie plaats door de FOD Binnenlandse Zaken. Er wordt gecontroleerd of de reglementering met betrekking tot de bevolkingsregisters, het Rijksregister en de identiteitskaarten correct wordt toegepast.

 

In de conclusies van het verslag kunnen we onder de positieve punten lezen:

         De globale werking zit goed

         Een snelle en correcte afhandeling van de meeste dossiers

         92 % van de informatie wordt tijdig ingevoerd in de dossiers

         Het ingeven van de informatiegegevens in het Rijksregister verloopt zeer goed

         Alle medewerkers van de bevolkingsdienst kunnen alles.

 

Bij de te verbeteren punten lezen we:

         Samenwerking met de wijkagenten verloopt zeer moeizaam. Wooncontroles worden telefonisch afgehandeld zonder dat de wijkagenten ter plaatse gaan. Door de moeizame samenwerking met de wijkagenten ontstaat er een groeiende achterstand.

 

Mijn vraag aan de bevoegde schepen:

         Wat is de procedure voor wooncontroles?

         Waarom loopt de samenwerking moeizaam met de wijkagenten?

         Welk gevolg wordt er gegeven aan deze conclusies?

 

Antwoord burgemeester Rik Verwaest:

We mochten ons inderdaad verheugen in een zeer goed inspectierapport, waar we de dienst voor feliciteerden.

 

Een minpunt betrof inderdaad de wooncontroles in samenwerking met de wijkagenten. Ik schets eventjes hoe één en ander loopt, en hoe we dat remediëren:

 

Een (nieuwe) inwoner geeft zijn adreswijziging door aan de stad, vervolgens wordt een aanvraag tot woonstcontrole overgemaakt van de stad naar politie. De wijkagent gaat fysiek ter plaatse om effectief verblijf vast te stellen. Bij aantreffen, soms na meerdere bezoeken, laat politie de stad weten dat adreswijziging geofficialiseerd kan worden. En

 

Sommige inwoners lieten verstaan, zoals blijkt uit het rapport, dat er soms bij een adreswijziging niet ter plaatse wordt gecontroleerd maar enkel getelefoneerd. En dat kan inderdaad niet volgens de interne richtlijnen en wettelijke voorschriften.

 

Uit nazicht door politie na het ontvangen van dit rapport bleek dat een beperkt aantal woonstcontroles in de zomerperiode 2025 telefonisch werden afgehandeld. Dit werd ondertussen met de betrokken wijkinspecteur opgenomen. Het was een periode met een tijdelijke verminderde personeelsbezetting (verlof, ziekte, arbeidsongeval, nakende pensionering…). Ondertussen werd de dienst wijkwerking terug aangevuld (in het najaar 2025 en op 2 maart 2026 startten bijv. twee nieuwe wijkinspecteurs)

 

Situatie is dus reeds opgelost, de stadsdienst geeft zelf ook aan dat de samenwerking intussen weer vlot verloopt, er geen achterstand is en dankzij maandelijks overleg tussen Burgerzaken en LPL wordt een korte lijn gehouden. De commentaar van de inspectiedienst was terecht, maar het was al opgelost voor hun rapport binnenliep. Dan lijkt me “eind goed, al goed” een te rechtvaardigen conclusie.

 

Mondelinge vraag 5 : van Philippe Iglesias (Vooruit Lier) i.v.m. oversteekplaats aan ’t SAS op Mechelsesteenweg

Vooruit Lier vindt verkeersveiligheid uitermate belangrijk. Zo voerden we vorig jaar reeds actie aan het kruispunt aan de Mechelsesteenweg ter hoogte van de Quick omwille van de lange wachttijden om daar om over te kunnen steken.

Ook op de Mechelsesteenweg, ter hoogte van het sportconcentratie met fitness Jims en sportcomplex ’t Sas Lier, trekt Lier veel volk aan. Het betreft de N14, een gewestweg

Op deze locatie zouden we dan ook de huidige onveilige situatie aankaarten. Probleem is dat er ter hoogte van deze concentratie geen oversteekplek voorzien is, ook niet binnen een aanvaardbare afstand. Niet voor fietsers, niet voor voetgangers en ook niet voor auto’s die de parking verlaten of oprijden. Dit is daar echt wel wenselijk:

         Auto's rijden er 70;

         Drukke weg;

         Veel bezoekers;

         Aan de overkant kan je de dijk op om zo in het groen richting centrum te fietsen, wandelen of joggen.

 

Vragen:

  1. Kunnen we actie ondernemen om een zicht te verkrijgen op het aantal auto’s en fietsers die op deze locatie op- en afrijden?
  2. Vooruit Lier wenst hier een veilige oversteekplek voor fietsers en voetgangers, waar a.d.h.v. het nodige onderzoek bijvoorbeeld een met drukknop aangestuurd verkeerslicht of een intelligent oversteeksysteem (met snelle reactie) kan geplaatst worden. Kan het college onze vraag ondersteunen en voorleggen aan het gewest om hier een oplossing te voorzien?

 

Antwoord schepen Ivo Andries:

Als schepen van Mobiliteit wil ik vooreerst benadrukken dat verkeersveiligheid voor dit stadsbestuur een absolute prioriteit is. We nemen signalen van onveilige situaties ernstig en bekijken steeds hoe we – binnen onze bevoegdheden – tot structurele oplossingen kunnen komen.

 

1. Verkeersstromen en bijkomende tellingen

In het kader van de ontwikkeling van de sport- en recreatiesite aan sportcomplex ’t Sas werd een MOBER (mobiliteitseffectenrapport) opgemaakt voor de verschillende aanwezige functies (feestzaal, sauna, tennisclub, padel, fitness, …). In dat kader werden verkeerstellingen uitgevoerd op het kruispunt van de N14 (Mechelsesteenweg) met de zijstraat Mechelsesteenweg, evenals aan de toegangswegen tot de site.

Deze tellingen brachten de bestaande verkeersgeneratie en de impact van de recreatieve activiteiten in kaart. Hieruit blijkt dat de site vandaag reeds een merkbare verkeersstroom genereert, voornamelijk tijdens het avondspitsuur, terwijl de verkeersafwikkeling globaal relatief vlot blijft verlopen.

Indien er behoefte is aan een actualisatie of verfijning van deze cijfers, bijvoorbeeld specifiek gericht op fiets- en voetgangersbewegingen of op- en afrijdende voertuigen, kunnen wij samen met onze diensten bekijken of bijkomende gerichte tellingen aangewezen zijn. Deze objectieve data zijn essentieel om het dossier verder te onderbouwen richting het gewest.

 

2. Veilige oversteekplaats op de N14 ter hoogte van ’t Sas

Met betrekking tot het voorzien van een veilige oversteekplaats voor fietsers en voetgangers op de N14 ter hoogte van ’t Sas, delen wij de bezorgdheid over de huidige situatie.

Ter hoogte van de betrokken locatie zijn momenteel geen oversteekvoorzieningen voor voetgangers of fietsers aanwezig binnen een aanvaardbare afstand. Daarnaast beschikt de N14 op deze locatie inderdaad niet over voetpaden, waardoor voetgangers zich in de praktijk vaak op het fietspad begeven. Dit verhoogt de kwetsbaarheid van zachte weggebruikers.

De sportsite vormt bovendien een duidelijke recreatieve aantrekkingspool met bezoekers uit Lier en omliggende gemeenten, waarbij duurzame verplaatsingen steeds meer worden gestimuleerd. Zoals je zelf aanhaalt bevindt zich bovendien aan de overzijde van de Mechelsesteenweg een toegang tot recreatieve fietsroutes richting het jaagpad en het groengebied, wat bijkomende oversteekbewegingen genereert. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid vragen wij daarom om de oversteekbaarheid en veiligheid voor fietsers en voetgangers ter hoogte van de sportcluster opnieuw grondig te onderzoeken.

De N14 is evenwel een gewestweg in beheer van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV). AWV is zich bewust van de aanwezige oversteekbewegingen en de recreatieve aantrekkingspool, maar heeft in het verleden gemotiveerd waarom een oversteekplaats op korte termijn niet mogelijk is zonder ingrijpende en kostelijke infrastructuurwerken.

Het geldende snelheidsregime bedraagt hier 70 km/u. AWV acht het momenteel onverantwoord en onveilig om op deze locatie een zebrapad te voorzien. Bovendien dient een zebrapad twee voetgangerszones met elkaar te verbinden, terwijl hier geen voetpaden aanwezig zijn. Het voorzien van voetpaden buiten de bebouwde kom is ongebruikelijk en wordt doorgaans door de stad of gemeente afgewogen en gefinancierd, aangezien zij de noodzaak het best kunnen inschatten. AWV heeft op dit moment ook geen intentie om het snelheidsregime te verlagen naar 50 km/u, aangezien het straatbeeld daar niet op is afgestemd.

Een fietsoversteekplaats bij 70 km/u is principieel wel mogelijk, aangezien deze geen voorrang verleent aan fietsers ten opzichte van het doorgaand verkeer. Om de veiligheid en oversteekbaarheid te verhogen, zou een oplossing kunnen bestaan uit een oversteek in twee tijden via een middeneiland. Volgens de geldende richtlijnen moet een dergelijk middeneiland minimaal 3 meter breed zijn. Dit impliceert een asverschuiving van de rijweg met 1,5 meter aan beide zijden, uit te werken over een afstand van circa 39 meter.

Deze ingreep zou bijkomende aanpassingen vergen, waaronder:

         het verleggen van het dubbelrichtingsfietspad;

         het inbuizen van een deel van de langsgracht;

         mogelijk een beperkte inname van private percelen;

         het voorzien van een veilige opstelruimte voor fietsers in de zijstraat, inclusief toeleidend fietspad en rugdekking.

Een verkeersveilige fietsoversteek vergt dus een integrale herinrichting van de omgeving; het volstaat niet om louter markeringen aan te brengen. AWV benadrukt terecht dat, indien een oversteek gerealiseerd wordt, deze conform de geldende richtlijnen en op een duurzame en veilige manier moet worden uitgevoerd.

AWV staat niet principieel afwijzend tegenover verkeersveilige oversteekplaatsen waar deze noodzakelijk blijken, maar geeft aan dat momenteel niet voor alle vragen middelen beschikbaar zijn en dat elke aanvraag wordt afgewogen op basis van objectieve criteria.

Als stadsbestuur en als schepen van Mobiliteit engageer ik mij om deze vraag opnieuw formeel over te maken aan AWV. De recente mobiliteitsstudie kan daarbij als bijkomende onderbouwing worden toegevoegd, zodat een geactualiseerde beoordeling kan gebeuren. Wij zullen het dossier opnieuw intern en met het gewest agenderen en aandringen op een constructieve verdere afstemming, met als duidelijke doelstelling: een zo veilig mogelijke inrichting van deze locatie voor alle weggebruikers.

Verkeersveiligheid is geen detail, maar een kerntaak. Waar bevoegdheden versnipperd zijn, moeten we des te meer samenwerken om tot oplossingen te komen.

 

BESLUIT

Art 1 :

Kennisgenomen.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

INTERPELLATIES

 

MOTIVERING

Interpellatie 1 : van Tom Claes (Missie2500) i.v.m. verkeerssituatie kruispunt ring-Aarschotsesteenweg

In oktober laatstleden keurde deze gemeenteraad unaniem een toegevoegd punt goed waarin de raad haar bezorgdheid uitte over de verkeerssituatie aan het nieuwe Sportpark. In het besluit werd het college opgeroepen tot de 2 volgend acties:

Art 1: De gemeenteraad vraagt aan het schepencollege te blijven aandringen bij wegbeheerder AWV om het kruispunt N10/R16 veiliger en duidelijker in te richten, specifiek voor voetgangers en fietsers.

Art. 2: De gemeenteraad vraagt aan het schepencollege om met de eigen mobiliteitsdienst en de mobiliteitsraad, eventueel aangevuld met andere lokale mobiliteitsdeskundigen, te bekijken of er ook op het gedeelte Aarschotsesteenweg binnen de ring nog optimalisaties mogelijk zijn om de fiets- en wandelroutes van en naar het sportpark veiliger te maken. Binnen dit overleg kunnen ook suggesties voor aanpassingen aan het kruispunt N10/R16 worden uitgewerkt, om voor te leggen aan AWV.

 

In de praktijk lijkt er tot op heden niet bijzonder veel veranderd, vandaar de volgende vragen:

         Welke stappen heeft het college gezet om tegemoet te komen aan de vragen van de gemeenteraad?

         Kunnen we in de toekomst nog ingrepen verwachten?

 

Antwoord schepen Ivo Andries:

Na het goedgekeurd gemeenteraadspunt in oktober zijn mobiliteitsdienst en schepen op eigen vraag samen met AWV op het terrein gaan zien om de situatie en het kruispunt te bekijken en bespreken.

AWV blijft hierin een zeer stugge partner, die vooral lijkt te willen inzetten op uniformiteit van kruispunten, alsook zo weinig mogelijk extra borden en dergelijke elementen wenst.

 

AWV blijft aanhalen dat het kruispunt technisch en juridisch in orde is. De mobiliteitsdienst en schepen wijzen echter op het feit dat er een zeer grote fiets- en voetgangersstroom is, zeker op piekmomenten en tijdens wedstrijddagen. Gelet op het feit dat een groot deel van deze doelgroep jonge kinderen zijn, werd gevraagd om toch extra signalisatie te voorzien.

 

Na veel tegenstribbeling is AWV alsnog ingegaan op dit feit, door een informerend bord bij te plaatsen:

 

Dit bord zal uiteraard niet het ganse kruispunt volledig veilig maken, maar zou reeds veel meer duidelijkheid moeten bieden om de gepaste oversteek te nemen, ook naar kinderen toe.

 

In praktijk kan het kruispunt veilig worden overgestoken. Enkel aan de afslagstroken/bypasses is er geen apart verkeerslicht, en dienen automobilisten voorrang te geven aan de voetgangers en fietsers.

Anderzijds begrijpen we wel dat het hier een zeer druk en chaotisch kruispunt is, met veel gemotoriseerd verkeer. Dit vormt een belangrijke barrière, wat teweegbrengt dat er een wachttijd is en niet zozeer op aangename, rustige en stressvrije manier kan overgestoken worden. Dat laatste aspect kan op deze locatie moeilijk verholpen worden.

 

Met de huidige situatie denken we dat in eerste instantie opvoeding en sensibilisering de kritische succesfactoren zijn. Vanuit de stad kan moeilijk invloed op opvoeding worden uitgeoefend, waardoor we op verdere sensibilisering wensen in te zetten.

 

In eerste instantie wordt nog verder aangedrongen en samengewerkt met Lyra-Lierse om intern verder te communiceren en sensibiliseren. Verder zal de stad via de gepaste kanalen ook nog eens zowel de gewenste route (via de Waversesteenweg en woonwijk Herderin) als de circulatie op het kruispunt Ring – Aarschotsesteenweg benadrukken.

 

Bovendien blijven we samen met AWV kijken naar verbeterpunten op het kruispunt, indien mogelijk.

 

Binnen de Ring zijn er momenteel weinig mogelijkheden. Aan de Aarschotsesteenweg zijde Moevement/Mol is er een veilig voet- en fietspad, dat leidt tot de gepaste oversteek aan het kruispunt Ring – Aarschotsesteenweg.

Het kruispunt met de Hoogveldweg – Aarschotsesteenweg binnen de Ring is bovendien ook in beheer van AWV. Er zijn nog altijd concrete plannen voor de aantakkingen van de Waversesteenweg (N108) met de Ring, maar voorlopig is het wachten op geld vanuit het gewest hiervoor. Zeker voor deze zone zullen er geen ingrijpende overige ingrepen worden genomen, met de overige grotere plannen in het achterhoofd.

 

Het is daarbij belangrijk om duidelijk te vermelden dat er vanuit AWV momenteel geen budgettaire middelen voorzien zijn voor de realisatie van een fiets- en voetgangerstunnel op deze locatie. Een dergelijke ingreep vergt aanzienlijke investeringen en maakt op dit ogenblik geen deel uit van de geplande projecten van AWV voor deze site.

 

Voorts zijn er weinig zones waar binnen de ring opportuniteiten of quick-wins mogelijk zijn.

 

Vanuit de stad blijven we benadrukken dat de gewenste en veilige route langs de Waversesteenweg loopt. Voor voetgangers is dit niet altijd realistisch. Zij kunnen langs de Ring veilig oversteken, weliswaar minder aangenaam, maar dienen de verkeersregels hierbij te respecteren.

 

Ondertussen blijft de mobiliteitsdienst de situatie opvolgen, in contact met AWV en staat het open voor suggesties.

 

 

Interpellatie 2 : van Ipek Altun (Missie2500) i.v.m. stand van zaken denktank, participatie en toekomstmodel voorschoolse kinderopvang

Sinds de aankondiging dat de stad vanaf september 2026 de voorschoolse kinderopvang niet langer zelf zal organiseren, maar onderzoekt of scholen hierin een rol kunnen opnemen, bereiken ons steeds meer signalen van bezorgdheid. Die komen niet alleen van ouders, maar ook vanuit scholen en medewerkers van de BKO.

Wij begrijpen dat de stad vertrekt vanuit budgettaire overwegingen, de lagere bezettingsgraad in de voorschoolse opvang en de doelstellingen van het BOA-decreet. Tegelijk gaat het hier om een essentiële dienstverlening voor jonge kinderen en werkende gezinnen, waarbij kwaliteit, betrouwbaarheid en continuïteit centraal moeten staan.

Vandaag heerst er echter veel onduidelijkheid. Ouders geven aan dat zij zich nauwelijks betrokken voelen bij dit traject. Vanuit scholen vernemen wij dat er weinig draagvlak bestaat om zelf de organisatie van de vooropvang op te nemen. Ook voor het personeel van de BKO blijft hun toekomstige rol onduidelijk. Hoewel een denktank werd opgericht om alternatieven uit te werken, is het onhelder welke pistes concreet onderzocht worden en hoe ver dit proces staat.

 

Daarom de volgende vragen:

         Hoeveel ouders werden effectief bevraagd over de hervorming van de voorschoolse opvang, met welke methodiek, en hoe werden deze resultaten meegenomen in de beleidskeuze?

         Worden ouders vandaag ook op een structurele manier betrokken bij de denktank of het verdere traject, gezien zij de eindgebruikers zijn van de buitenschoolse kinderopvang? Zo ja, hoe concreet?

         Welke scholen zijn vertegenwoordigd in de denktank en in welke mate bestaat er vandaag effectief draagvlak bij schooldirecties om de voorschoolse opvang zelf te organiseren?

         Welke concrete modellen liggen momenteel op tafel binnen de denktank (zoals bv. inzet BKO-personeel op school, professionele opvangkrachten, vrijwilligers, samenwerking tussen scholen, …) en welke richting geniet de voorkeur van het bestuur?

         Welke kwaliteits- en continuïteitsgaranties zullen worden ingebouwd, zowel naar personeelsscreening en opleiding als naar betrouwbaarheid voor ouders en kinderen?

         Tegen wanneer mogen scholen en ouders een duidelijke beslissing verwachten over het toekomstmodel, zodat een tijdige en realistische implementatie richting september 2026 mogelijk is, en op welke wijze zal de stad hierover transparant en tijdig communiceren tijdens het verdere proces?

 

Antwoord schepen Annemie Goris:

         De bevraging van ouders dateert van een 5-tal jaar geleden, toen de conceptnota van het BOA-decreet al gekend was en toen we problemen ondervonden met het vervoer van kinderen tussen BKO en scholen.
Uit deze bevraging bleek dan 90% van de ouders (korte) opvang op school verkoos boven de verplaatsing van kinderen.

         Er is een vertegenwoordiging van ouders en oudercomités in de adviesraad LOK.
Zowel de busproblematiek als de organisatie van de BKO werd daar geregeld geagendeerd.

         Alle Lierse basisscholen zijn ook lid van het LOK. Meestal is een vertegenwoordiging van de beide schoolnetten ook effectief aanwezig op de vergaderingen.
Voor de denktank werden expliciet alle Lierse basisscholen uitgenodigd, en zij waren ook allemaal aanwezig (uitgezonderd 1 school die pedagogische studiedag had).
Momenteel is er niet veel draagvlak bij de scholen om zelf opvang te organiseren.
We hebben per school in kaart gebracht op welke obstakels ze botsen om zelf voorschoolse opvang te organiseren.
We proberen samen met de scholen om oplossingen te vinden voor deze obstakels en er is in de meerjarenplanning ook budget voorzien om scholen die toch zelf opvang kunnen organiseren te ondersteunen.

         We hebben volgende ondersteuningsmaatregelen voorgelegd aan de scholen:
1. Subsidie van (max) 5000 euro
2. Tijdelijke inzet van BKO-personeel ter ondersteuning van de schoolse opvang
3. Administratie en facturatie door de stad
We willen als stad liefst dat we per school een oplossing op maat kunnen vinden, zodat het haalbaar is voor de stad, de school en de werkende ouder.

         Wanneer scholen een stukje van de vooropvang zelf opnemen en daar subsidies van de stad voor krijgen, is het wettelijk verplicht om daar ook een erkennings- en subsidieringskader voor op te maken.
Dat willen we samen met de scholen doen, zodat ze zelf input kunnen geven wat haalbaar is en zodat de kwaliteit ook gegarandeerd wordt.
Er is wettelijk bepaald dat zo’n erkenningskader minstens voorwaarden moet bevatten omtrent volgende 6 onderdelen: organisatorisch – pedagogisch – medewerkersbeleid – monitoring en evaluatie – toegankelijkheid – verbondenheid.
Deze erkenningskaders moeten klaar zijn vóór 01/09/2026.

We hebben de scholen gevraagd om tegen eind maart te laten weten of ze gebruik willen maken van de ondersteuningsmaatregelen vanuit de stad.
Eind maart vertrekt alvast een officiële communicatie naar de ouders omtrent de stopzetting van de vooropvang zodat ze zich kunnen reorganiseren.
We ondersteunen ouders en begeleiders ook door een FAQ-lijst met heldere antwoorden.
De gesprekken met de scholen moeten landen voor de paasvakantie, zodat de planning van de huidige BKO-medewerkers kan opgemaakt worden en dat ouders tijdig correcte info krijgen.

 

 

Interpellatie 3 : van Björn Gielen (Missie2500) i.v.m. toekomst site Royal Herakles Hockey Club, Hockeyweg 1

Eind vorige maand verhuisden de laatste leden van Herakles Lier naar Boechout. Daarmee komt een lang en belangrijk hoofdstuk uit de Lierse sportgeschiedenis tot een einde. Herakles had sinds de jaren ’60 zijn thuis in Lier. In de loop der jaren groeide de club uit tot de grootste jeugd-sportvereniging op ons grondgebied. Generaties jonge sportievelingen vonden er hun sportieve uitlaatklep. De club behaalde niet alleen nationale, maar ook internationale successen en werd een begrip binnen en buiten onze stad. Het is daarom moeilijk te ontkennen dat Lier met deze verhuis meer verliest dan enkel een sportclub. We verliezen een monument, een voorbeeldclub en een uithangbord voor onze stad. Na zoveel decennia had deze stille uittocht voor velen een wrange nasmaak. Het is bovendien geen geheim dat Herakles jarenlang geprobeerd heeft om, samen met stad en provincie, tot een duurzaam toekomstscenario te komen. De club vroeg geen gunsten, maar perspectief: ruimte om te groeien, om haar werking te verankeren, om haar toekomst veilig te stellen. Dat is desondanks de herhaaldelijke tussenkomsten door collega Coenen in het verleden en duidelijk bij gebrek aan politieke wil uiteindelijk niet gelukt. Vandaag blijft de site langs de Hockeyweg verweesd achter. In mei 2025 konden we in de pers lezen over mogelijke plannen voor een ultramoderne schaatshal op deze locatie. Toen hierover vragen gesteld werden in commissies, werd dit artikel weggezet als speculatie en als een zeer onwaarschijnlijk toekomstscenario. Intussen zijn we maanden verder en is de situatie concreet veranderd.

 

Daarom de volgende vragen:

         Ten eerste: Waarom is de stad er volgens jullie niet in geslaagd om Herakles op eigen grondgebied de noodzakelijke ontwikkelingskansen te bieden? Welke lessen trekt het stadsbestuur uit dit dossier? Want dit gaat niet enkel over één club, maar over hoe wij als stad omgaan met onze sportverenigingen.

         Ten tweede: Wat weet het lokaal bestuur vandaag over mogelijke toekomstplannen voor deze site? Wordt er effectief gewerkt aan een project zoals eerder in de pers beschreven? En vooral: welke visie heeft de stad zelf op deze locatie?

 

Dit dossier raakt aan iets fundamenteels: hoe wij als stad onze sport, onze verenigingen en onze infrastructuur zien. Clubs bouwen niet alleen sportieve prestaties op, maar ook gemeenschappen, jeugdwerking en sociale samenhang.

Het minste wat we aan onze verenigingen verschuldigd zijn, is duidelijkheid, respect en een langetermijnvisie.

 

Antwoord schepen Ivo Andries / Charlotte Schwagten:

(schepen Andries)

Alvorens een antwoord te geven op je vragen, nog even het volgende:

De vraagstelling verdient toch enige ernstige nuancering. Het klopt dat de site langs de Hockeyweg vandaag nog geen nieuwe invulling heeft gekregen, maar het is niet correct om daaruit te concluderen dat er sprake zou zijn van stilstand of gebrek aan politieke wil.

Integendeel, de voorbije tien jaar hebben we op het vlak van sportinfrastructuur meer dan duidelijk aangetoond dat er wel degelijk ambitie en daadkracht aanwezig is. In die periode werden aanzienlijke investeringen gerealiseerd, werden bestaande infrastructuren grondig vernieuwd en kwamen er nieuwe sportfaciliteiten bij die zowel recreatieve sporters als verenigingen ten goede komen. Dat zijn geen intenties of plannen op papier, maar concrete realisaties waar dagelijks gebruik van wordt gemaakt.

Wat betreft de berichtgeving in mei 2025 over een mogelijke ultramoderne schaatshal: het is logisch dat er in een vroeg stadium van ideeënvorming verschillende pistes circuleren. Wanneer daarover in commissies vragen werden gesteld, is terecht aangegeven dat er op dat moment geen uitgewerkt of beslist project voorlag. Dat is geen ontkenning van toekomstmogelijkheden, maar een correcte weergave van de stand van zaken op dat ogenblik.

Dat de situatie intussen evolueert, toont net aan dat we blijven onderzoeken welke invulling op lange termijn het meest aangewezen en haalbaar is voor de site. Dergelijke dossiers vragen zorgvuldige voorbereiding, financiële onderbouwing en overleg met verschillende partners. Dus ook met Heracles.

Kortom, het debat over de Hockeyweg-site is legitiem, maar het is belangrijk om dit te kaderen binnen het bredere sportbeleid. Het is dan ook gepast om dit dossier met dezelfde ernst, realiteitszin en langetermijnvisie te benaderen, zonder te vervallen in een te eenzijdige of te sombere voorstelling van zaken.

 

  1. We vinden het zelf ook bijzonder jammer dat Herakles Hockey Lier verlaat. De club kende een zeer sterke groei en had nood aan een uitbreiding met sportterreinen.  Een uitbreiding op hun locatie is omwille van een slechte ontsluiting niet haalbaar.


De Hockeyweg maakt deel uit van de fietsostrade Lier-Antwerpen. De gemeente Boechout is vragende partij om de Hockeyweg af te sluiten waardoor de bereikbaarheid van de club sterk onder druk kwam te staan. Er zijn heel wat gesprekken geweest met de betrokken partijen om deze mobiliteitsknoop te ontwarren helaas zonder succes. De club heeft dan zelf gekozen voor een nieuw project in Boechout op een zichtbare locatie en met groeipotentieel.

 In kader van de opmaak van het beleidsplan ruimte Lier (BRL) voerden we met ontwerpbureau OMGEVING een ruimtelijk onderzoek uit naar de toekomstvisie voor de recreatieve voorzieningen in en rond Lier.

Deze visie kwam samen in het Beleidskader Recreatieve Voorzieningen en is afgetoetst met een expertgroep, de GECORO en de verschillende betrokken verenigingen en clubs. In deze gesprekken is de vraag naar bijkomende ruimte voor recreatief aanbod gekomen en duidelijk aangetoond.

 

(Schepen Schwagten)

Zo kom ik meteen ook bij uw tweede vraag.

 

Vanuit dit beleidskader werd besloten om tot opmaak van een RUP Recreatieve voorzieningen over te gaan, waarin deze site mee werd opgenomen als één van de deelgebieden.

 

Hierin werd een startnota in publieke consulatie gesteld in de periode van 14/04/2025 tot en met 13/06/2025. De mogelijkheid van een schaatsbaan aldaar werd mee opgenomen in deze startnota.

Vanuit de adviezen die wij binnen deze startnota mochten ontvangen, acht het planteam een schaatsbaan op deze locatie niet gewenst en dit, wederom, o.a. rekening houdende met de mobiliteitsproblematiek, doch ook het gegeven dat deze locatie zich naast een natuurgebied bevindt.

 

Er wordt momenteel nagegaan of een schaatsbaan niet veeleer aangewezen is op de posthoornsite, alwaar de Stad eigenaar is van recreatieve gronden.

 

Wij blijven echter wél in overleg met de Hockeyclub en de eigenaars van de gronden aan de Hockeyweg en dit om samen met hen na te gaan wat er allemaal mogelijk is op deze locatie. Recent heeft er in die optiek nog een bespreking plaatsgevonden. Alternatieve bestemmingen en invullingen worden bekeken, waaronder eventueel een bestemming voor gemeenschapsvoorzieningen en openbaar nut of een eventuele nabestemming naar natuurgebied. Wij blijven in overleg met de club en hopen samen alsnog een positief verhaal te brengen.

 

 

Interpellatie 4 : van Katrien Van Praet (Vlaams Belang) i.v.m. verantwoordelijkheid lokaal bestuur voor buitenschoolse opvang en juridische grenzen inzet leerkrachten

         JURIDISCH KADER; OPVANG IS GEEN ONDERWIJSOPDRACHT

Buitenschoolse opvang is geen onderwijsopdracht en behoort niet tot de kerntaken van leerkrachten.

De rechtspositie van  leerkrachten beperkt hun opdracht tot onderwijsactiviteiten zoals vastgelegd in de onderwijsdecreten en het Decreet Rechtspositie Personeel Onderwijs (DRP).

 

Op grond van het Vlaams decreet van mei 2019 tot organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten(BOA-decreet) is de regierol expliciet toegewezen aan het lokaal bestuur en niet aan het onderwijsveld of individuele leerkrachten.

 

Buitenschoolse opvang behoort tot een afzonderlijk beleidsdomein binnen het lokaal bestuur (gezinsbeleid, sociaal en jeugdbeleid)en onder toezicht van het Vlaams Agentschap Opgroeien.

 

         RECHTSPOSITIE LEERKRACHTEN-JURIDISCHE GRENZEN

De decreetregeling bepaald uitdrukkelijk;

 

- dat de taken moeten behoren tot de onderwijsopdracht

- dat opdrachten moeten vallen binnen aanstelling,werktijd en bezoldiging

- dat eenzijdige taakuitbreiding niet toegestaan is

- dat niet-onderwijstaken enkel kunnen mits vrijwillige en expliciete contractuele afspraken, na overleg met personeelsvertegenwoordiging.

 

Daaruit volgt juridisch dat:

 

ochtend en naschoolse opvang

         geen lesgeven is

         geen pedagogische onderwijsopdracht vormt

         buiten onderwijstijd valt

         niet standaard in functieomschrijving staat

 

een school of lokaalbestuur kan deze taken niet opleggen.

De stad of gemeente is geen werkgever van leerkrachten en heeft hierin geen hiërarchischer gezag.

 

Samenwerking kan gevraagd worden , maar taken opleggen is juridisch verboden.

De eventuele inzet van leerkrachten kan enkel op vrijwillige basis en met afzonderlijke afspraken inzake; verzekering en aansprakelijkheid, vergoeding , die niet onder het onderwijsrecht vallen.

 

En dit vormt een ernstig juridisch risico op arbeidsrechtelijke en aansprakelijkheidsproblemen.

 

         POLITIEKE VASTSTELLING

Ondanks dit duidelijk juridisch kader wordt de voorziene voorschoolse buitenopvang in Lier doorgeschoven naar de scholen en leerkrachten,terwijl;

         het BOA -decreet de verantwoordelijkheid bij het lokaal bestuur legt

         het lokaal bestuur hiervoor Vlaamse middelen ontvangt

         de stopzetting ,gezinnen in acute problemen brengt( werkuren, veranderen, van werk veranderen noodgedwongen ouderschapsverlof opnemen)

         in een tijd van besparingen , de opvang terugschroeven ,en een nieuwe bus aankopen??? die minder zal gebruikt worden.

 

Interpellatie vragen aan het college:

         Erkent het college expliciet dat de buitenschoolse opvang geen onderwijsopdracht is en dus de leerkrachten niet verplicht kunnen worden dit toch te organiseren?

         Erkent het college dat de regierol wettelijk bij het lokaal bestuur ligt krachtens het BOA-decreet?

         Erkent het college dat de BOA subsidies bedoelt zijn voor de infrastructuur en opvangplaatsen en niet voor een nieuwe bus?

         Heeft het college scholen of leerkrachten onderdruk gezet om opvangtaken op te nemen?

         Is het college zich bewust van de mogelijke arbeidsrechtelijke en aansprakelijkheidsrisico’s hiervan? En wie draagt de verantwoordelijkheid hierin?

 

Verder:

         Hoe wordt de BOA-subsidies (360.000 euro) op dit moment verdeeld/geïnvesteerd/gebruikt?

         Hoeveel opvangplaatsen verdwijnen er door de stopzetting van de voor-opvang (kadee en andere aanbieders)?

 

 

SLOTBESCHOUWING:

Het BOA-decreet legt de verantwoordelijkheid voor buitenschoolse opvang ondubbelzinnig bij het lokaal bestuur,dat hiervoor Vlaamse middelen ontvangt.

Het tekort aan opvang kan juridisch noch moreel worden doorgeschoven naar scholen of leerkrachten.

 

Het college moet verantwoorden waarom basisopvang wegvalt terwijl het over bevoegdheden en middelen beschikt om dit te voorkomen.

 

En laat ons dit duidelijk stellen ,dat we dit niet onder de “mat” gaan schuiven onder de noemer “ het is het beste voor het kind om s’ morgens op school rustig te starten.

Jullie willen besparen en tegelijk met de gouden emmer gaan lopen.

 

Antwoord schepen Annemie Goris:

Het decreet BOA bepaalt inderdaad dat de regie voor buitenschoolse opvang bij de lokale besturen ligt vanaf 01/09/2026.
Ook de verdeling van de subsidies vanuit Vlaanderen hoort bij de lokale regierol.
Aangezien deze subsidies niet toereikend zijn om de totale organisatie van BKO uit te voeren en er bovendien nog extra uitdagingen qua organisatie van naschoolse activiteiten op ons pad liggen, zijn we op zoek gegaan naar een haalbare en efficiënte manier om opvang voor elk kind te kunnen garanderen.
Het stopzetten van de voorschoolse opvang door de stad bleek de minst-ingrijpende en meest-haalbare oplossing.
Gemiddeld maken 90 kinderen gebruik van de vooropvang, verspreid over de 5 locaties, en is een grote personeelsinzet nodig om deze kinderen tegelijkertijd naar 12 verschillende scholen te brengen.
Bovendien gaf 90% van de ouders aan dat (korte) opvang  op school de voorkeur heeft boven een extra verplaatsing van kinderen.
Vanuit dat standpunt is de stad in onderhandeling gegaan met de scholen, om te bekijken wat voor hen haalbaar is.

De stad heeft nooit beweerd dat opvang organiseren een kerntaak is voor onderwijs en erkent dat de taak van leerkrachten lesgeven is.
Het is dan ook nooit opgelegd aan de scholen dat zij zelf opvang moeten organiseren.
Maar wetende dat scholen leeg staan voor schooltijd en dat de verplaatsing van kinderen in de ochtendspits niet kwalitatief is maakt dat opvang op school wel de meest pragmatische oplossing is.
We willen de scholen alle vrijheid geven en ook ondersteunen als zij hier zelf een rol willen in opnemen.

De BOA-subsidies zijn niet toereikend voor de ganse BKO-organisatie. Al jaren investeert het stadsbestuur zelf een groot budget aan deze dienstverlening.
De stad kiest er ook expliciet voor om te blijven investeren in BKO, maar in financieel moeilijke tijden moet dat wel op de meest efficiënte manier gebeuren.

De BOOST-subsidie die nu eenmalig werd toegekend mag zowel voor personeel als voor infrastructuur of werkingskosten ingezet worden.
Aangezien de kost van extern busvervoer (135 000 euro/jaar) ontzettend hoog is, en aangezien we ook jaarlijks problemen ondervinden om firma’s te vinden die dit willen doen, is er gekozen om de boostsubsidie te gebruiken voor aankoop bus, en aanwerving van chauffeurs.

Als scholen zelf voorschoolse opvang kunnen organiseren dan kiezen zij zelf met welke medewerkers zij dat doen.
2 Lierse scholen hebben al enkele jaren zelf opvang, de ene school doet dat met vrijwilligers, de andere school met leerkrachten die daar een extra vergoeding voor krijgen of met iemand in loondienst van de school die een expliciete opvangtaak heeft.

Als scholen zelf opvang organiseren moeten zij voldoen aan het erkenningskader. De stad krijgt ook de taak om elke BOA-partner die erkend is te controleren en op te volgen.

BOA-subsidies zijn de werkingsmiddelen, berekend op het aantal wonende en schoolgaande kinderen, en die worden al jaren gebruikt voor (een stukje van) de BKO.
Daarnaast kregen we eenmalige BOOST-subsidies die dus geïnvesteerd worden in aankoop van de bus en aanwerving van chauffeurs.

Momenteel is de stad erkend voor 329 kindplaatsen.
Na schooltijd bereiken we geregeld deze maximumcapaciteit.
Voor schooltijd vangen we gemiddeld 90 kinderen op.

 

 

Interpellatie 5 : van Philippe Iglesias (Vooruit Lier)  i.v.m. voorschoolse opvang Lier

De beslissing van het stadsbestuur om de voorschoolse opvang niet meer zelf te organiseren en deze over te laten aan de lagere scholen van onze stad, zorgt voor heel wat ongerustheid bij de directies, het schoolpersoneel en heeft ondertussen ook zijn weg gevonden tot bij de ouders van onze schoolgaande kinderen. De geruchtenmolen doet ondertussen zijn ding, ook op de sociale media en begint nu ook rechtstreeks de directies van onze scholen te bereiken.

Graag willen wij nogmaals benadrukken onder welke enorme druk onze scholen staan: Voortdurend wijzigende regelgevende kaders, lerarentekort, minimumdoelen met erg strakke implementatie tijdslijn, de stakingen, de school die steeds meer en meer maatschappelijke en opvoedende taken op zich moet nemen,... versterken het gevoel dat de opvang er simpelweg niet meer bij kan – de emmer loopt over, het water staat hen aan de lippen!

 

Na de vorige gemeenteraad is het volgende ons ter ore gekomen:

         De status quo blijft duren: ondanks de noodkreet van de scholen houdt de stad vast aan haar eenzijdige en zonder voorgaand overleg met de scholen genomen beslissing om de voorschoolse opvang door de scholen te laten uitvoeren, dit terwijl de organisatie van die voorschoolse opvang er voor de scholen echt niet meer bij kan

         De stad haalt voortdurend de hoge kosten aan terwijl hiertegenover binnen het BOA-decreet belangrijke opbrengsten staan waarnaar de scholen in Lier zelf moeten zoeken. Elk voorstel van de stad komt neer op: A. de school doet, B. de school doet, C. de school doet en D. de school doet.

         De kostprijs van de aankoop van de bus en een voltijdse chauffeur zal een behoorlijke hap nemen uit het budget van het BOA-decreet en de boostersubsidie wat dan ten koste gaat van de uitbesteding aan externe partners.

         Het voelt alsof de verantwoordelijkheid volledig bij de scholen wordt gedumpt. De scholen respecteren de beslissing van de stad, maar voelen dat respect totaal niet terugkomen voor hun eigen beslissing en motivatie waarom de organisatie van de voorschoolse opvang er voor hen echt niet bij kan. De zorg om ouders en kinderen niet in de kou te laten staan is gedeeld, maar het voelt niet aan dat de lasten en verantwoordelijkheden eerlijk worden verdeeld.

 

Wij hebben dan ook volgende vragen.

  1. Klopt dit geschetste beeld?
  2. Staat het college van burgemeesters en schepenen ervoor open om het voorstel van de scholen naar (volledige) uitbesteding van de voorschoolse opvang ten gronde te voeren?
  3. De scholen kregen te horen dat de infrastructuur van de opvang niet meer voldoet voor de voorschoolse opvang maar wel voor de naschoolse. Waarom nog wel voor de naschoolse opvang en vanwaar dan dit verschil?
  4. Bestaat de mogelijkheid om de beslissing op te schorten naar september 2027 zodat er meer tijd genomen kan worden om alle verschillende denkpistes grondig te onderzoeken alvorens gezinnen en scholen voor een voldongen feit te plaatsen?
  5. Hoe, wat en wanneer gaat de stad hierover verder communiceren naar alle betrokken partijen?

 

Antwoord schepen Annemie Goris:

         Klopt dit geschetste beeld?

 

De stad heeft zeker respect en begrip voor de situatie van de scholen en het feit dat de opdracht van de organisatie van vooropvang voor scholen er niet zomaar bij kan. Helaas werd ook vastgesteld dat andere opties zoals het uitbesteden aan externen of het intern reorganiseren (minder locaties, een halfuur later openen) niet voldoende of haalbaar bleken. Daarnaast is er ook vanuit het belang van het kind gedacht waarbij een verplaatsing minder en de opvang in een vertrouwde omgeving voor kinderen meer rust en structuur zou bieden. Ook voor ouders zou dit de ochtendrush kunnen verzachten en werd uit een eerdere bevraging in het kader van BOA ook een duidelijke voorkeur voor opvang op school kenbaar gemaakt. Van daaruit probeert de stad nu op maat van de scholen te bekijken op welke manier er eventueel wel een tussenoplossing mogelijk is en niet te dreigen vallen zonder ochtendopvang in Lier.

 

         Staat het college van burgemeester en schepenen ervoor open om het voorstel van de scholen naar (volledige) uitbesteding van de voorschoolse opvang ten gronde te voeren?

 

Er werd al geïnformeerd bij Ferm Kinderopvang naar mogelijkheden en via andere gemeenten werd ook alvast geïnformeerd op welke manier zij de uitbesteding aanpakken. Hieruit bleek al snel dat de uitbesteding van enkel de vooropvang niet rendabel is voor de externe firma’s, maar ook dat de volledige uitbesteding van de opvang een nog groter kostenplaatje kent dan wat het de stad vandaag kost. Daarnaast bleek ook dat de kwaliteit die we vandaag op Kadee bieden niet gegarandeerd kan blijven aangezien de kindratio (aantal kinderen per begeleiding) hoger ligt bij die partners.

Daarnaast is het ook zo dat het college van burgemeester en schepenen ook niet meteen de ambitie heeft om de opvang volledig uit te besteden, maar net deze beslissing heeft genomen in het belang van het behoud aan kwaliteit te kunnen garanderen op lange termijn voor de naschoolse en vakantieopvang.

 

         De scholen kregen te horen dat de infrastructuur van de opvang niet meer voldoet voor de voorschoolse opvang maar wel voor de naschoolse. Waarom nog wel voor de naschoolse opvang en vanwaar dan dit verschil?

 

Via de oefening van de vastgoedstrategie is inderdaad gebleken dat de stad voor heel wat infrastructurele uitdagingen zal komen te staan de komende jaren, waarvan ook enkele locaties van de opvang tussen staan.

Uiteraard is het niet de bedoeling om de staat van deze gebouwen verder te laten verslechteren en zal er op termijn moeten worden geïnvesteerd of worden nagedacht om de gebouwen te verkopen en nieuwe locaties te zoeken. Het is niet zo dat de situatie in deze gebouwen zodanig hoogdringend zijn dat ze niet meer geschikt of veilig zijn voor de opvang maar dat de realiteit is wel dat er zal moeten worden nagedacht over locaties op termijn. Door de besparing nu door te voeren zal er financiële ruimte vrij kunnen komen om deze toekomstpistes (renovatie, zoektocht naar nieuwe locaties) te kunnen bekijken nadat de vastgoedstrategie hierover werd afgerond.

 

         Bestaat de mogelijkheid om de beslissing op te schorten naar september 2027 zodat er meer tijd genomen kan worden om alle verschillende denkpistes grondig te onderzoeken alvorens gezinnen en scholen voor een voldongen feit te plaatsen?

 

We stellen een proefproject voor aan de scholen waarbij de stad personeel inzet op elke school gedurende schooljaar ’26-’27. Binnen het proefproject voorziet de stad de administratie en omdat het om een tijdelijk project gaat verwachten we van de scholen dat ze het engagement opnemen om eigen inzet van vrijwilligers/ouders/flexijobbers… of combinatie van te voorzien voor schooljaar ’27-’28.

 

         Hoe, wat en wanneer gaat de stad hierover verder communiceren naar alle betrokken partijen?

De betrokken diensten zijn volop bezig met de opmaak van een communicatieplan dat maandag 9 maart ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het college. Het doel is om zo snel mogelijk te kunnen communiceren naar ouders en vervolgens om tegen april zicht te hebben op het alternatief aanbod dat samen met de scholen wordt vormgegeven.

         Naar ouders: zo snel mogelijk formele communicatie over de beslissing eind maart

         Begeleiding BKO: samen opmaken van een FAQ-lijst om ouders zo goed mogelijk te kunnen informeren en te woord staan + carrièreplanning wordt opgestart samen met de personeelsdienst in functie van de verdere taakinvulling. Dit wordt al voorbereid.

         Scholen: communicatie over de mogelijke ondersteuningsmaatregelen via de stad, erkenningskaders- en subsidiereglementen. Vanaf april.

 

BESLUIT

Art 1 :

Kennisgenomen.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

ACTUELE VRAGEN

 

MOTIVERING

Er werden geen actuele vragen ingediend.

 

BESLUIT

Art 1 :

Kennisgenomen.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

VERSLAG GEMEENTERAAD 26 JANUARI 2026. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Feiten en context

De gemeenteraad vergaderde op 26 januari 2026.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur

 

Stemming

 

eenparig

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist het verslag van de gemeenteraadszitting van 26 januari 2026 goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

HUISHOUDELIJK REGLEMENT GECORO. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Gemeenteraadsbeslissing van 25 maart 2013 over principebesluit Adviesorganen Ruimtelijke Organisatie

Gemeenteraadsbeslissing van 26 mei 2025 over Gecoro samenstelling en statuten

Gemeenteraadsbeslissing van 26 mei 2025 over herinstallatie adviesraden

Gemeenteraadsbeslissing van 24 november 2025 over samenstelling Gecoro 2025-2030

 

Feiten en context

Huishoudelijk Reglement

Volgens artikel 1.3.3 §8 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) stelt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening haar huishoudelijk reglement op. Dit document is op de installatie vergadering van de Gecoro dd 12 januari 2026, mits enkele kleine tekstuele aanpassingen, unaniem goedgekeurd.

Artikel 1.3.3 §8 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) bepaalt dat het huishoudelijk reglement ter goedkeuring aan de gemeenteraad moet worden voorgelegd.

 

Werkingsmiddelen

De gemeenteraad heeft in zitting van 25/03/2013 beslist om werkingsmiddelen ter beschikking te stellen van de Gecoro. Voor dit bedrag van jaarlijks 1000 euro is de Argenta bankrekening BE 61 9735 3920 1917 geopend op de namen van voorzitter Peggy Totté en secretaris Eli Smet. Zij hebben beiden een kaart en volmacht op deze rekening en zullen over het beheer ervan jaarlijks verslag uitbrengen in de Gecoro, zoals vermeld in het huishoudelijk reglement.

Het resterend bedrag van vorige legislatuur werd overgezet en deze rekening werd afgesloten.

 

 

Juridische grond

Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 inzake de evenwichtige vertegenwoordiging in gemeentelijke adviesraden.

art 1.3.2, 1.3.3 en 1.3.4 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), en latere wijzigingen.

Het besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2018 tot vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening

Het besluit van de Vlaamse regering van 3 juli 2009 tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening.

Decreet Lokaal bestuur, art. 304, § 3

 

Argumentatie

De gemeenteraad neemt kennis dat er een bankrekening werd geopend voor de Gecoro en beslist onderstaand huishoudelijk reglement goed te keuren.

 

Stemming

 

22 stemmen voor: Rik Verwaest, Bert Wollants, Ivo Andries, Ilse Lambrechts, Henri Pets, Charlotte Schwagten, Niels De Bakker, Annemie Goris, Jan Mortelmans, Anja De Wit, Thierry Suetens, Dirk Frans, Maurits De Smedt, Marc De Keulenaer, Ellen Lissens, Peggy Mortelmans, Christophe Wuyts, Xander De Vos, Piet De Zaeger, Martine Van der Kuylen, Sander Roelandt en Katrien Van Praet

9 onthoudingen: Katrien Vanhove, Tom Claes, Anja Vlaeymans, Björn Gielen, Sylvie Bracqué, Ipek Altun, Onur Alar, Philippe Iglesias Bezemer en Gert Van Eester

Goedkeuring met 22 stemmen voor - 9 onthoudingen

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist het huishoudelijk reglement GECORO Lier (2025-2030) goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

RETRIBUTIEREGLEMENT VOOR HET OCCASIONEEL GEBRUIK VAN CULTURELE STADSLOCATIES EN RETRIBUTIEREGLEMENTEN OP HET TER BESCHIKKING STELLEN VAN WIJKHUIZEN - AANPASSING EN OVERGANGSMAATREGEL. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Gemeenteraadsbeslissingen dd 15 december 2025: Retributiereglement voor het occasioneel gebruik van culturele stadslocaties.

Gemeenteraadsbeslissing dd 15 december 2025 :Retributiereglement voor het gebruik van Lierse wijkhuizen.

 

Feiten en context

Op 15 december 2025 keurde de gemeenteraad het nieuwe retributiereglement goed voor het occasioneel gebruik van stedelijke locaties en het reglement voor de huur van de wijkhuizen. Deze reglementen bevatten enkele belangrijke wijzigingen, waaronder onder andere de overschakeling van dagverhuur naar weekendverhuur en de wijziging van het systeem van dagdelen naar uurtarieven voor de huur van de wijkhuizen, de invoering van betalende huur voor scholen en een algemene prijsstijging.

 

Naar aanleiding van bezorgdheden en klachten van Lierse erkende verenigingen over de huur van wijkhuizen, evenals van Lierse scholen over de invoering van betalende huur voor onder meer CC Vredeberg en CC De Mol en bezorgdheden over de huur van repetitieruimtes, stellen we voor om een overgangsregeling toe te passen.

Aanvragen voor gebruik in 2026 die reeds in 2025 werden ingediend, zullen uitzonderlijk nog behandeld worden volgens de vorige reglementen.

 

Concreet betekent dit dat aanvragen van Lierse erkende verenigingen voor de huur van wijkhuizen, die in 2025 werden ingediend voor het cultuurseizoen 2026 (tot en met juni 2026), nog onder het oude tarief vallen.

 

Daarnaast zullen evenementen van Lierse scholen die in 2026 voor september plaatsvinden en reeds in 2025 werden aangevraagd, en waarbij de aanvragers dus nog niet op de hoogte konden zijn van het nieuwe retributiereglement, uitzonderlijk kosteloos worden toegestaan voor de reservaties van CC De Mol en CC Vredeberg.

 

Ook stellen we aanpassingen voor van artikel 2 & 2 (gebruikers) van het retributiereglement voor het gebruik van de stadslocaties.

Namelijk dat Lierse scholen die een activiteit organiseren ter preventie of verbetering van het mentaal, sociaal, beroepsmatig, financieel, fysiek welzijn van de deelnemers, kosteloos kunnen gebruik maken van CC De Mol en CC Vredeberg met een maximum van 4 dagen/jaar.

 

Voor repetities in het Liers Cultuurcentrum (LCC) kunnen in CC De Mol jaarlijks maximaal twee gezelschappen ondersteund worden door het kosteloos ter beschikking te stellen van een zaal binnen voor repetitie- of experimenteerruimte en dit voor korte duur (max. 4 dagen) zonder technische ondersteuning en voor zover de agenda in de CC De Mol dit toelaat.

Verplichte kosten zoals zaalwacht, eventuele technische ondersteuning en catering blijven steeds ten laste van het gezelschap.

Dit geldt uitsluitend voor gezelschappen met maatschappelijke zetel in Lier of gezelschappen die in hetzelfde seizoen in de programmatie van het LCC zijn opgenomen. Verplichte kosten zoals zaalwacht, eventuele technische ondersteuning en catering blijven steeds ten laste van het gezelschap; bij meer aanvragen wordt doorverwezen naar de reguliere zaalverhuur volgens het retributiereglement.

 

Adviezen

Dienst verhuur infrastructuur geeft positief advies.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur

 

Argumentatie

De gemeenteraad overweegt om een overgangsregeling en aanpassing van het retributiereglement op het occasioneel gebruik van culturele stadslocaties en het retributiereglement op het ter beschikking stellen van wijkhuizen goed te keuren.

 

Stemming

 

18 stemmen voor: Rik Verwaest, Bert Wollants, Ivo Andries, Ilse Lambrechts, Henri Pets, Charlotte Schwagten, Niels De Bakker, Annemie Goris, Anja De Wit, Thierry Suetens, Dirk Frans, Maurits De Smedt, Marc De Keulenaer, Peggy Mortelmans, Christophe Wuyts, Xander De Vos, Piet De Zaeger en Martine Van der Kuylen

13 stemmen tegen: Jan Mortelmans, Katrien Vanhove, Tom Claes, Ellen Lissens, Anja Vlaeymans, Björn Gielen, Sylvie Bracqué, Ipek Altun, Onur Alar, Sander Roelandt, Philippe Iglesias Bezemer, Katrien Van Praet en Gert Van Eester

Goedkeuring met 18 stemmen voor - 13 stemmen tegen

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist het retributiereglement op het occasioneel gebruik van culturele stadslocaties aan te passen door artikel 2 te wijzigen en toevoeging van artikel 10 Overgangsbepalingen naar:

 

Huidig artikel:

Artikel 2: Definities

§ 1 Culturele stadslocaties

Het betreft volgende 9 locaties:

- CC De Mol

- CC Vredeberg

- CC Vleeshuis

- CC Het Spui (in beheer door Sociëteit De Schaepshoofden)

- CC Colibrant

- Stadhuis

- Wezenkapel

- Campus Zwart Zusters

- Begga’s Hof

 

§ 2 Gebruikers :

De inrichter van activiteiten - de gebruiker genoemd - schikt zich naar dit reglement. Er zijn 4 categorieën van gebruikers.

 

Categorie A = Tarief A (gratis):

1. Stad Lier, vzw PROLIER, structurele samenwerkingspartners (convenanten), erkende Lierse adviesraden en stedelijke commissies

 

2. Voor vergaderlokalen in CC Colibrant en in CC Vredeberg: erkende Lierse verenigingen en Lierse scholen voor vergaderingen, vormingsactiviteiten met een maximum van 4 dagen/jaar.

 

Nieuw artikel:

Artikel 2: Definities

§ 1 Culturele stadslocaties

Het betreft volgende 9 locaties:

- CC De Mol

- CC Vredeberg

- CC Vleeshuis

- CC Het Spui (in beheer door Sociëteit De Schaepshoofden)

- CC Colibrant

- Stadhuis

- Wezenkapel

- Campus Zwart Zusters

- Begga’s Hof

 

§ 2 Gebruikers :

De inrichter van activiteiten - de gebruiker genoemd - schikt zich naar dit reglement. Er zijn 4 categorieën van gebruikers.

 

Categorie A = Tarief A (gratis):

1. Stad Lier, vzw PROLIER, structurele samenwerkingspartners (convenanten), erkende Lierse adviesraden en stedelijke commissies

 

2. Voor vergaderlokalen in CC Colibrant en in CC Vredeberg: erkende Lierse verenigingen en Lierse scholen voor vergaderingen, vormingsactiviteiten met een maximum van 4 dagen/jaar.

 

3. Voor CC De Mol en CC Vredeberg: Lierse scholen, die een activiteit organiseren  ter preventie of verbetering van het mentaal, sociaal, beroepsmatig, financieel, fysiek welzijn van de deelnemers met een maximum van 4 dagen/ jaar.

 

4. Het college beslist om repetitieruimtes in CC De Mol jaarlijks met een maximum van 4 dagen / jaar gratis ter beschikking te stellen voor gezelschappen met maatschappelijke zetel in Lier of gezelschappen die in hetzelfde seizoen in de programmatie van het LCC zijn opgenomen zonder technische ondersteuning en voor zover de agenda in de Mol dit toelaat.

Verplichte kosten zoals zaalwacht, eventuele technische ondersteuning en catering blijven steeds ten laste van het gezelschap.

 

Toevoeging van

Artikel 10: Overgangsbepalingen

Evenementen van Lierse scholen die tot en met 31 augustus 2026 plaatsvinden in CC De Mol en in CC Vredeberg en reeds werden aan gevraagd, zullen gratis toegestaan worden.

 

Art 2 :

De gemeenteraad beslist het retributiereglement op het ter beschikking stellen van wijkhuizen

 aan te passen door toevoeging van artikel 9 Overgangsbepalingen:

 

Artikel 9: Overgangsbepalingen

Aanvragen van Lierse erkende verenigingen voor de voor de huur van wijkhuizen, die in 2025 werden ingediend voor het cultuurseizoen 2026 (tot en met juni 2026), zullen de tarieven van het voorgaande retributiereglement toegepast worden.

 

Art 3 :

De gemeenteraad beslist de gecoördineerde versie van het retributiereglement op het occasioneel gebruik van culturele stadslocaties goed te keuren.

 

Art 4 :

De gemeenteraad beslist de gecoördineerde versie van het retributiereglement op het ter beschikking stellen van wijkhuizen goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

BIJZONDERE POLITIEVERORDENING GAS4 - PARKEREN EN STILSTAAN EN PROTOCOLAKKOORD - AANPASSING. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Gemeenteraadsbeslissing van 15 december 2014: goedkeuring bijzondere politieverordening inzake de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.

 

Gemeenteraadsbeslissing van 29 januari 2018: Goedkeuring aanpassingen bijzondere politieverordening inzake de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.

 

Collegebeslissing van 16 februari 2026: Principiële goedkeuring wijzigingen bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en wijzigingen protocolakkoord GAS4 en doorsturen ter bekrachtiging naar de gemeenteraad.

 

Feiten en argumentatie

Sinds de wijziging van de GAS-wet in 2013 kan een gemeente ook administratieve geldboetes opleggen voor parkeerinbreuken en negatie van verkeersborden C3 en F103.

 

De federale overheid legt in een KB (hier verder KB GAS4 genoemd) de limitatieve lijst vast van de inbreuken uit de wegverkeerswet waarvoor GAS-boetes kunnen opgelegd worden. De gemeente moet in een bijzondere politieverordening vastleggen welke inbreuken zij hiervan wenst te handhaven d.m.v. GAS.

 

Daarnaast moet het college van burgemeester en schepenen hierover verplicht een protocol afsluiten met parket en dit laten bekrachtigen door de gemeenteraad.

 

Stad Lier heeft deze GAS4 handhaving ingevoerd (goedkeuring bijzondere politieverordening en afsluiten protocol met parket) goedgekeurd in de gemeenteraad van 15 december 2014.

 

Het GAS4 KB werd zeer recent gewijzigd (KB 14-01-2026, publicatie BS 23-01-2026, zie bijlage).

Dit gaat om een beperkte aanpassing van het KB, met een aantal kleine aanpassingen:

        De titel van het KB werd aangepast naar ‘Koninklijk Besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.’

        Het KB werd in overeenstemming gebracht met een aantal wijzigingen in de Wegcode (art. 3, 2° tot 6°).

        Het KB werd in overeenstemming gebracht met de nieuwe GAS-wet sinds 2024. Overtredingen op het verkeersbord fietstraat F111 (met uitzondering van de snelheidsovertreding) mogen gesanctioneerd worden met GAS. Daarnaast is het geen verplichting meer om de overtredingen vast te stellen met automatisch werkende toestellen.

        Een aantal tegenstrijdigheden tussen de Franse en de Nederlandse versie werden rechtgezet.

 

Het KB zal in werking treden vanaf 1 maart 2026.

 

De wijziging met de grootste impact is het gegeven dat inbreuk van inhalen van fietsen in fietsstraten door voertuigen voortaan zal beboet worden met een GAS-boete van 58 euro.

 

Door deze wijzigingen aan het KB dient:

        de gemeenteraad de bijzondere politieverordening GAS4 aan te passen aan het gewijzigde KB;

        het college van burgemeester en schepenen een aangepast protocol goed te keuren en na ondertekening door het parket voor te leggen aan de gemeenteraad ter bekrachtiging.

 

Daarnaast werd door de wet van 19 juli 2018 ook art. 33 GAS-wet met betrekking tot de kentekenaansprakelijkheid voor inbreuken GAS Verkeer aangepast.

Deze bepaling trad op 19 augustus 2018 in werking. Sindsdien is het niet langer mogelijk een GAS-boete voor inbreuken op de politieverordening GAS verkeer op te leggen indien de houder van de kentekenplaat kan bewijzen dat hij niet de bestuurder was van het voertuig waarmee de overtreding werd begaan op moment van de feiten. De houder van de kentekenplaat is wel verplicht de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen dertig dagen na de kennisgeving van de overtreding (behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen, dan geldt deze verplichting niet). Het verduidelijken van de verplichtingen van de kentekenhouder is daarom ook aangewezen. Het niet voldoen aan deze mededelings-verplichting kan worden gesanctioneerd d.m.v. een GAS-boete (nieuw art. 3, 4° GAS-wet). Hiervoor is het wel vereist dat de gemeente deze sanctie voor het niet nakomen van deze verplichting voorzien heeft in de gemeentelijke verordening. Rekening houdend met voorgaande wordt dan ook voorgesteld In ‘afdeling 4 - Sancties, procedure- en slotbepalingen, hoofdstuk 2 – procedure’ een nieuw art. 91/1 (verplichtingen kentekenhouder tot bekendmaking identiteit bestuurder) en 90/1 (sanctioneren met GAS-sanctie indien kentekenhouder deze identiteit niet kenbaar maakt) in te voeren.

 

De wijzigingen van de bijzondere politieverordening zijn de volgende:

 

Aanpassingen bijzondere politieverordening parkeren en stilstaan gelet op Nieuwe GAS-wet en wijzigingen KB parkeren en stilstaan

 

Titel

 

Huidige

Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatische werkende toestellen.

 

Nieuwe

Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

     

 

Hoofstuk 2: definities

 

Huidige

Voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening wordt verstaan onder : Artikel 2.1. "Rijbaan" : het deel van de openbare weg dat voor het voertuigenverkeer in het algemeen is ingericht.

Artikel 2.29. "Lading", elk goed of materiaal dat door een voertuig wordt vervoerd.

 

Nieuwe

De definities opgenomen in artikel 2 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg zijn van toepassing op deze bijzondere politieverordening.

 

Afdeling 2 overtredingen van de eerste categorie volgens KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie op het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. 

 

Huidige

Artikel 11. Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de kruispunten alleen aangekondigd zijn door de  verkeersborden A14, of die gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.

 

Nieuwe

Artikel 11. Opgeheven.

[Afdeling opgeheven besluit gemeenteraad 02-03-2026, inwerkingtreding 04-03-2026]

 

Huidige

Artikel 14. Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:

         buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;

         indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;

         indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;

         indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan opgesteld worden.

 

Nieuwe

Artikel 14. Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:

         buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;

         indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;

         indien de berm niet breed genoeg is, moet het geparkeerd voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;

         indien er geen bruikbare berm is, moet het geparkeerd voertuig op de rijbaan opgesteld worden.

         Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op

         de zijdelingse strook

         de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.

         Indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op:

         de zijdelingse strook of

         de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is

[Gewijzigd besluit gemeenteraad 02-03-2026, inwerkingtreding 04-03-2026]

 

Huidige

Artikel 16. Fietsen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°.f van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende  algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

 

Nieuwe

Artikel 16. Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°.f en 77.5, tweede lid van voormeld koninklijk besluit.

 

De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden.

 

[Gewijzigd besluit gemeenteraad 02-03-2026, inwerkingtreding 04-03-2026]

 

Huidige

Artikel 17. Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden, zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.

 

Nieuwe

Artikel 17. Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden, zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.

[Gewijzigd besluit gemeenteraad 02-03-2026, inwerkingtreding 04-03-2026]

 

Huidige

Artikel 18. Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:

         1° op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;

         2° op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor de voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;

         3° in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naast bijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;

         4° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijk reglementering;

         5° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;

         6° op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.

 

Nieuwe

Artikel 18. Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:

         1° op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;

         2° op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor de voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;

         3° in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naast bijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;

         4° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijk reglementering;

         5° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;

         6° op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt.

         7° op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.

 

[Gewijzigd besluit gemeenteraad 02-03-2026, inwerkingtreding 04-03-2026]

 

Huidige

Artikel 19. Het is verboden een voertuig te parkeren:

         1° op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig  zou verhinderen;

         2° op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;

         3° voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;

         4° op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;

         5° buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;

         6° op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;

         7° op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;

         8° op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;

         9° op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;

         10° buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middelste berm die deze rijbanen scheidt.

 

Nieuwe

Artikel 19. Het is verboden een voertuig te parkeren:

         1° op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig  zou verhinderen;

         2° op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;

         3° voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;

         4° op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;

         5° buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;

B9

         6° op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;

E9a       E9b

         7° op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;

         8° op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;

         9° op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;

         10° buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middelste berm die deze rijbanen scheidt.

         11° op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

[Gewijzigd besluit gemeenteraad 02-03-2026, inwerkingtreding 04-03-2026]

 

Huidige

Artikel 28.  Het stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan.

 

Nieuwe

Artikel 28.  Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

[Gewijzigd besluit gemeenteraad 02-03-2026, inwerkingtreding 04-03-2026]

 

Huidige

Artikel 30. Niet in acht nemen het verkeersbord C3, wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.

 

Nieuwe

Artikel 30. Niet in acht nemen het verkeersbord C3.

C3

[Gewijzigd besluit gemeenteraad 02-03-2026, inwerkingtreding 04-03-2026]

 

Huidige

Artikel 31. Niet in acht nemen het verkeersbord F 103, wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.

 

Nieuwe

Artikel 31. Niet in acht nemen het verkeersbord F 103.

F103

[Gewijzigd besluit gemeenteraad 02-03-2026, inwerkingtreding 04-03-2026]

 

Huidige

Geen artikel 32.

 

Nieuwe

Artikel 32. Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.

[Toegevoegd besluit gemeenteraad 02-03-2026, inwerkingtreding 04-03-2026]

 

Afdeling 4. Sancties, procedure- en slotbepalingen.

 

Hoofdstuk 1. Sancties

 

Huidige

Artikel 90. Overtredingen van artikels uit deze bijzondere politieverordening worden bestraft met een straf bepaald in KB van 1 december 1975 of met een administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling bepaald in KB van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.

 

 

Nieuwe

Artikel 90. Overtredingen van artikels uit deze bijzondere politieverordening worden bestraft met een straf bepaald in KB van 1 december 1975 of met een administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling bepaald in KB (van 9 maart 2014) betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

 

[Gewijzigd besluit gemeenteraad 02-03-2026, inwerkingtreding 04-03-2026]

 

Nieuw:

Artikel 90/1.  Het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 33, derde lid, derde zin van de wet van 24 juni 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties kan worden bestraft met een administratieve geldboete van maximaal 500 euro.

 

[Gewijzigd besluit gemeenteraad 02-03-2026, inwerkingtreding 04-03-2026]

 

Hoofdstuk 2. Procedure

 

Huidige

Artikel 91. De sanctionerend ambtenaar deelt binnen de vijftien dagen na ontvangst van de

Artikel 93. Verklaart de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen niet gegrond, dan brengt hij de overtreder hiervan op een met redenen omklede wijze bij gewone zending op de hoogte met de verwijzing naar de te betalen administratieve geldboete die binnen een Nieuwe termijn van dertig dagen na deze kennisgeving moet worden betaald.

 

Nieuwe

Artikel 91. De sanctionerend ambtenaar deelt binnen de vijftien dagen na ontvangst van de

 

Artikel 91/1. Bij afwezigheid van de bestuurder wordt vermoed dat de inbreuken op afdeling 2 en 3 van deze verordening werden begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen dertig dagen na de kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.

 

[Gewijzigd besluit gemeenteraad 02-03-2026, inwerkingtreding 04-03-2026]

 

 

Artikel 93. Verklaart de sanctionerend ambtenaar de verweermiddelen niet gegrond, dan brengt hij de overtreder hiervan op een met redenen omklede wijze bij gewone zending op de hoogte met de verwijzing naar de te betalen administratieve geldboete die binnen een nieuwe termijn van dertig dagen na deze kennisgeving moet worden betaald. De beslissing van de sanctionerend ambtenaar wordt binnen een termijn van zes maanden genomen en ter kennis gebracht van de betrokkenen. Deze termijn van zes maanden neemt aanvang vanaf de dag van de vaststelling van de feiten.

 

[Gewijzigd besluit gemeenteraad 02-03-2026, inwerkingtreding 04-03-2026]

 

 

In  bijlage bij dit besluit vindt u ook een nieuwe gecoördineerde versie van de bijzondere politieverordening.

 

Naast de wijzigingen aan de bijzondere politieverordening dient ook het protocol GAS4 tussen college en parket aangepast te worden.

 

Het gaat over de volgende wijzigingen aangebracht in kleur en of geschrapte tekst:

 

PROTOCOLAKKOORD

BETREFFENDE DE GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES

VOOR DE OVERTREDINGEN BETREFFENDE HET STILSTAAN EN HET PARKEREN EN VOOR DE OVERTREDINGEN BETREFFENDE DE VERKEERSBORDEN C3 EN F103, VASTGESTELD MET AUTOMATISCH WERKENDE TOESTELLEN BEDOELD IN ARTIKEL 3,3° VAN DE WET VAN 24 JUNI 2013 BETREFFENDE DE GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES

 

TUSSEN :

De stad Lier, vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, namens wie handelen de heer Rik Verwaest, burgemeester, en mevrouw Katrijn Bosschaerts, algemeen directeur;

 

EN

 

De procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen,

 

WORDT UITEENGEZET HETGEEN VOLGT :

 

Gelet op de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (verder: de GAS-wet), inzonderheid op artikel 23, § 1, vijfde lid, voor wat verkeersinbreuken betreft;

Gelet op de artikelen 119bis, 123 en 135, § 2, van de Nieuwe Gemeentewet;

Gelet op het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende verkeersbord C3 en F103 uitsluitend vastgesteld door automatisch werkende toestellen betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (verder: het GAS4-KB);

 

Gelet op de bijzondere politieverordening inzake de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van de stad Lier  overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatische werkende toestellen  van de stad Mechelen van 24 juni 2014;

 

WORDT HETGEEN VOLGT OVEREENGEKOMEN:

 

A.Wettelijk kader

Artikel 3, 3°, van de GAS-wet bepaalt dat de gemeenteraad in zijn reglementen of verordeningen kan voorzien in een administratieve sanctie voor de inbreuken die worden bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op basis van de algemene reglementen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.

 In het onderhavige geval maakt het artikel 23, § 1, vijfde lid van de GAS-wet daarentegen de opstelling van een protocolakkoord voor de verwerking van de bovenvermelde inbreuken verplicht.

B. Uitwisseling van informatie

1. Alle partijen verbinden zich ertoe samen te werken en elkaar te informeren binnen de grenzen van hun bevoegdheden en zij verzekeren de vertrouwelijkheid van deze uitwisseling.

Daartoe duidt de procureur des Konings één of meer magistraten van zijn arrondissement aan, hierna de "referentiemagistraten GAS" genoemd. De referentiemagistraten kunnen door de door dit akkoord verbonden stad gecontacteerd worden in geval van moeilijkheden bij het toepassen van de wet of onderhavig protocol of om informatie te verkrijgen over het gevolg gegeven aan bepaalde processen verbaal.

2. De contactgegevens van de referentiemagistraten, en van de referentiepersonen binnen de stad en bij de lokale politie zijn opgenomen in een bijgevoegd document. De briefwisseling en/of de telefoongesprekken en/of de mailberichten betreffende de administratieve sancties worden aan hen gericht.

3. De partijen verbinden zich ertoe elke wijziging van de contactgegevens van voornoemde personen onverwijld te melden.

 

C. Behandeling van de inbreuken

Behoudens de gevallen waarin de GAS-wet de gevolgverlening van de in het GAS4-KB vastgestelde overtredingen voorbehoudt aan zijn ambt, in het bijzonder in de gevallen zoals vermeld in artikel 22, §6, 2de  3e lid van de GAS- wet, verbindt de procureur des Konings zich ertoe voor geen van de in artikel 2 van het GAS4-KB opgesomde verkeersinbreuken begaan door meerderjarige natuurlijke personen of door rechtspersonen vervolging in te stellen, en de stad Mechelen verbindt zich ertoe de naar behoren vastgestelde inbreuken af te handelen.

 

D. Rapportering aan de procureur des Konings

In uitvoering van artikel 22, §6, 1ste lid van de GAS-wet, zal de sanctionerend ambtenaar in het kader van zijn/haar jaarverslag voor elk van de overtredingen zoals bepaald in het GAS-KB een overzicht geven aan de procureur des Konings van het aantal processen-verbaal die werden overgemaakt aan hem/haar met het oog op administratieve afhandeling in het kader van de GAS-wetgeving alsook van het gevolg dat werd verleend aan vermelde processen-verbaal (o.a het aantal zonder gevolg gestelde processen-verbaal en de redenen daarvoor, het aantal opgelegde boetes, het aantal aangenomen en afgewezen verweren, het aantal beroepen,…)

 

E. Informatie betreffende de gevallen waarbij de verdachte zich kennelijk ook schuldig heeft gemaakt aan andere misdrijven

 1. Als de bevoegde sanctionerende ambtenaar, tijdens het toepassen van de procedure tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve geldboete, vaststelt dat de verdachte zich kennelijk ook schuldig heeft gemaakt aan andere misdrijven, geeft hij de feiten aan bij de referentiemagistraat GAS, overeenkomstig artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering.

 2. Rekening houdend met de aard van de aangegeven feiten beslist de referentiemagistraat GAS of hij zich verbindt tot het geven van een gevolg voor het geheel van de feiten met inbegrip van het feit of de feiten waarvoor de administratieve procedure werd ingesteld. Hij brengt de sanctionerende ambtenaar daarvan op de hoogte binnen de termijn van één maand van aangifte, die vervolgens de administratieve procedure afsluit.

 

F. Inwerkingtreding

Dit protocol treedt in werking op 1 februari 2015  en geldt voor de onder littera C bedoelde inbreuken die vanaf die datum worden vastgesteld.

Dit protocolakkoord heft het bestaande protocolakkoord (in werking getreden op 01-02-2015) op voor alle bepalingen die een wijziging inhouden en zet de toepassing ervan verder met dien verstande dat de gewijzigde bepalingen in werking zullen treden vanaf 04-03-2026.

 

Als bijlage is eveneens een nieuwe gecoördineerde tekst van het protocol te raadplegen.

 

Juridische grond

        Wet van 24-06-2013 betreffende de toepassing van de Gemeentelijke Administratieve Sancties.

        Koninklijk besluit van 09-03-2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.

        Koninklijk besluit van 19 juli 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.

        Decreet Lokaal Bestuur, artikel 56 §1: Het college van burgemeester en schepenen bereidt de beraadslagingen en de besluiten van de gemeenteraad voor.

 

Financiële weerslag

Door deze wijziging zullen inbreuken van inhalen van fietsen door voertuigen in de fietszones en -straten vanaf 04-03-2026 worden bestraft met een GAS-boete van 58 euro. Dit zal zorgen voor een meeropbrengst afhankelijk van aantal vaststellingen die zullen worden opgetekend aangaande deze inbreuk.

 

Stemming

 

19 stemmen voor: Rik Verwaest, Bert Wollants, Ivo Andries, Ilse Lambrechts, Henri Pets, Charlotte Schwagten, Niels De Bakker, Annemie Goris, Anja De Wit, Thierry Suetens, Dirk Frans, Maurits De Smedt, Marc De Keulenaer, Peggy Mortelmans, Christophe Wuyts, Xander De Vos, Piet De Zaeger, Martine Van der Kuylen en Philippe Iglesias Bezemer

12 onthoudingen: Jan Mortelmans, Katrien Vanhove, Tom Claes, Ellen Lissens, Anja Vlaeymans, Björn Gielen, Sylvie Bracqué, Ipek Altun, Onur Alar, Sander Roelandt, Katrien Van Praet en Gert Van Eester

Goedkeuring met 19 stemmen voor - 12 onthoudingen

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad keurt de wijzigingen goed aan de Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (GAS4).

 

 

Art 2 :

De gemeenteraad bekrachtigt het aangepaste Protocol GAS4, afgesloten tussen de burgemeester en de algemeen directeur namens de stad Lier en de procureur des Konings, zoals ondertekend door de betrokken partijen.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

RECHTSPOSITIEREGELING PERSONEEL - WIJZIGING ARTIKEL 265 - PREMIES EN GESCHENKEN. KENNISNAME.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Krachtens artikel 265 RPR ontvangen medewerkers bij speciale gebeurtenissen een premie of geschenk.

 

Op heden zijn dit deze bedragen:

         bij 25 jaar dienst: 600 euro

         bij 35 jaar dienst: 750 euro

         bij pensionering: 750 euro

         ter gelegenheid van het huwelijk of wettelijke samenwoning van de medewerker: 200 euro

         ter gelegenheid van de geboorte of adoptie van een kind van de medewerker: 50 euro in centrumbonnen

 

RSZ en fiscus aanvaarden daarbij dat de pensioenpremie, de premie voor 25 en 35 jaar anciënniteit vrij van sociale en fiscale bijdragen kunnen betaald worden, waardoor dit de meest gunstige momenten zijn om medewerkers een premie te geven.

 

De organisatie betaalt éénmaal per jaar een ecocheque van 20 euro uit.

 

Feiten en context

In de nieuwe beleidsperiode beschikt de organisatie over een verminderd budget om dergelijke eenmalige premies en geschenken aan personeelsleden te geven.

 

Een voorstel werd uitgewerkt om met het verminderde budget toch nog een erkenning te kunnen geven aan medewerkers op bepaalde momenten, die hetzij verband houden met hun tewerkstelling in de organisatie, hetzij een belangrijke gebeurtenis in hun privéleven vormen.

 

Daarnaast ontvangt de organisatie in het kader van VIA6 een budget dan aan koopkracht moet worden gegeven.  Het betreft een bedrag van zo'n 4.000 euro op jaarbasis.

Hiervoor een akkoord werd gevonden met de vakbonden. Overeengekomen werd om het bedrag van de jaarlijkse ecocheque per VTE met 8 euro te verhogen.

 

Adviezen

De vakbondsorganisaties gaan niet akkoord met dit voorstel en tekenden het protocol voor niet-akkoord.

 

De opmerkingen luiden als volgt.

ACOD: "Wij gaan niet akkoord met deze eenzijdig opgelegde besparing op het personeel die een politieke keuze is, daar de financiële problemen op lokaal niveau mede een gevolg zijn van mismanagement op Vlaams niveau."

 

ACV Openbare diensten: "Wij gaan niet akkoord met de opgelegde besparingen. Het is onaanvaardbaar dat medewerkers de gevolgen dragen van keuzes en problemen die niet door hen veroorzaakt zijn. Erkenning en waardering mogen niet het slachtoffer worden van budgettaire keuzes."

 

VSOA: "VSOA-LRB gaat niet akkoord met deze eenzijdige besparingsmaatregel op personeelswaardering. De voorgestelde wijzigingen verminderen meerdere kernpremies tegelijk en treffen medewerkers rechtstreeks in hun erkenning voor jaren dienst."

 

Eerder werd wel een akkoord gevonden voor de verhoging van de ecocheques.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur

Rechtspositiebesluit

VIA6-akkoorden

 

Argumentatie

Voorgesteld wordt om de premies als volgt te berekenen:

 

Gelegenheid

Bedrag

Voormalig bedrag

Premie geboorte

50 euro centrumbon

50 euro centrumbon

Premie huwelijk/wettelijke samenwoning  

150 euro centrumbon

200 euro centrumbon

Premie 25 jaar

500 euro nettopremie

600 euro nettopremie

Premie 35 jaar

Geschrapt

750 euro nettopremie

Pensioenpremie = max. 500 euro, afhankelijk van anciënniteit

Trapsgewijs op basis van anciënniteit: 200, 300, 400 of 500 euro nettopremie*

750 euro nettopremie

 

De pensioenpremie wordt daarbij afhankelijk gemaakt van de anciënniteit in de organisatie, de premie voor 35 jaar dienst wordt geschrapt, de premie voor 25 jaar dienst wordt met 100 euro verminderd en de premie voor huwelijke en wettelijke samenwoning met 50 euro.

 

Er wordt ook voorgesteld een sociale correctie te voorzien voor medewerkers die door deze wijziging tweemaal worden getroffen, omdat ze hun premie voor 35 jaar dienst verliezen en een lagere pensioenpremie krijgen.

 

Het gaat over 13 medewerkers in de komende beleidsperiode.

 

Voorgesteld wordt dat medewerkers in deze situatie uitzonderlijk de hoogste pensioenpremie van 750 euro ontvangen.

 

Daarnaast gaat de ecocheque met 8 euro omhoog ten gevolge van het andere protocol dat met de vakbonden werd gesloten over de inzet van het VIA6-restbudget voor koopkracht.

 

Voorstel nieuw artikel 265 RPR:

Premies en geschenken

Art. 265. §1. Alle medewerkers met minstens een halftijdse aanstelling krijgen een geschenk in geld en/of in geschenkbon als volgt :

         bij 25 jaar dienst : 500 euro

         bij pensionering :

         Indien minder dan 10 jaar dienst: 200 euro

         Tussen 10 en 20 jaar dienst: 300 euro

         Tussen 20 en 30 jaar dienst: 400 euro

         Meer dan 30 jaar dienst: 500 euro

         ter gelegenheid van het huwelijk of wettelijke samenwoning van de medewerker: 150 euro in centrumbonnen

         ter gelegenheid van de geboorte of adoptie van een kind van de medewerker : 50 euro in centrumbonnen

Voor de personeelsleden die minder dan halftijds zijn aangesteld, worden de eerste 4 bedragen gehalveerd.

Het college bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten.

§1bis. Voor medewerkers die met pensioen gaan na 35 jaar dienst of meer én die voor 1 januari 2026 geen premie ter waarde van 750 euro voor 35 jaar dienst ontvangen hebben, geldt dat zij bij pensionering een bedrag van 750 euro ontvangen.

§2. De algemeen directeur bepaalt welke medewerkers over een internetaansluiting en bijhorend abonnement, een PC of een laptop kunnen beschikken.

Deze medewerker betaalt aan de werkgever het verkregen voordeel dat forfaitair is vastgesteld, tenzij dit niet wordt aangewend voor persoonlijke doeleinden.

In dat geval ondertekent de medewerker een verklaring op eer waarbij hij erkent dat hij een internetaansluiting en bijhorend abonnement, een PC of een laptop niet voor persoonlijk gebruik aanwendt.

§3. Personeelsleden die beschikken over een gsm, een gsm-abonnement en data-abonnement mogen dit privé gebruiken mits aanrekening van voordeel alle aard en/of split-bill.

§4. Alle medewerkers (niet: modellen en studenten) hebben in de maand december recht op een geschenk onder de vorm van een centrumbon voor een bedrag van 40 euro per VTE op jaarbasis.

§5. Alle medewerkers hebben recht op een ecocheque voor een bedrag van 28 euro per VTE op jaarbasis.

 

Ter zitting deelt de voorzitter mee dat de titel van het punt moet worden rechtgezet van een goedkeuring naar en kennisname, zoals reeds vermeld in het besluit van dit punt.

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad neemt kennis van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen 2 februari 2026 om het artikel 265 van de RPR als volgt te wijzigen:

 

"Premies en geschenken

Art. 265. §1. Alle medewerkers met minstens een halftijdse aanstelling krijgen een geschenk in geld en/of in geschenkbon als volgt :

 • bij 25 jaar dienst : 500 euro

 • bij pensionering :

         Indien minder dan 10 jaar dienst: 200 euro

         Tussen 10 en 20 jaar dienst: 300 euro

         Tussen 20 en 30 jaar dienst: 400 euro

         Meer dan 30 jaar dienst: 500 euro

 • ter gelegenheid van het huwelijk of wettelijke samenwoning van de medewerker :

 150 euro in centrumbonnen

 • ter gelegenheid van de geboorte of adoptie van een kind van de medewerker : 50 euro                in centrumbonnen

Voor de personeelsleden die minder dan halftijds zijn aangesteld, worden de eerste 4 bedragen gehalveerd.


Het college bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten.

 

§1bis. Voor medewerkers die met pensioen gaan na 35 jaar dienst of meer én die voor 1 januari 2026 geen premie ter waarde van 750 euro voor 35 jaar dienst ontvangen hebben, geldt dat zij bij pensionering een bedrag van 750 euro ontvangen.

 

§2. De algemeen directeur bepaalt welke medewerkers over een internetaansluiting en bijhorend abonnement, een PC of een laptop kunnen beschikken.

Deze medewerker betaalt aan de werkgever het verkregen voordeel dat forfaitair is vastgesteld, tenzij dit niet wordt aangewend voor persoonlijke doeleinden.

In dat geval ondertekent de medewerker een verklaring op eer waarbij hij erkent dat hij een internetaansluiting en bijhorend abonnement, een PC of een laptop niet voor persoonlijk gebruik aanwendt.

 

§3. Personeelsleden die beschikken over een gsm, een gsm-abonnement en data-abonnement mogen dit privé gebruiken mits aanrekening van voordeel alle aard en/of split-bill.

 

§4. Alle medewerkers (niet: modellen en studenten) hebben in de maand december recht op een geschenk onder de vorm van een centrumbon voor een bedrag van 40 euro per VTE op jaarbasis.

Alle medewerkers hebben recht op een ecocheque voor een bedrag van 28 euro per VTE op jaarbasis."

 

Art 2:

De financiële gevolgen zijn:

Wijziging RPR waardoor we op Actie W06/05/KAP/01 binnen het voorziene budget van 18.500 euro op jaarbasis (bedrag 2026) kunnen blijven.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

WEG- EN RIOLERINGSWERKEN LANTAARNSTRAAT. SAMENWERKINGSOVEREENKOMST MET PIDPA (PROJECT K-25-091). GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Feiten en context

Voor het uitvoeren van de weg- en rioleringswerken in de Lantaarnstraat heeft Pidpa een samenwerkingsovereenkomst opgesteld.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur.

 

Argumentatie

De samenwerkingsovereenkomst dient ter goedkeuring te worden overgemaakt aan de gemeenteraad.

 

Financiële weerslag

 

Actienummer

Omschrijving actie

LB03/03/KAP/17

Lantaarnstraat

 

Stemming

 

27 stemmen voor: Rik Verwaest, Bert Wollants, Ivo Andries, Ilse Lambrechts, Henri Pets, Charlotte Schwagten, Niels De Bakker, Annemie Goris, Katrien Vanhove, Anja De Wit, Tom Claes, Thierry Suetens, Dirk Frans, Maurits De Smedt, Marc De Keulenaer, Anja Vlaeymans, Björn Gielen, Sylvie Bracqué, Peggy Mortelmans, Ipek Altun, Onur Alar, Christophe Wuyts, Xander De Vos, Piet De Zaeger, Martine Van der Kuylen, Philippe Iglesias Bezemer en Gert Van Eester

4 onthoudingen: Jan Mortelmans, Ellen Lissens, Sander Roelandt en Katrien Van Praet

Goedkeuring met 27 stemmen voor - 4 onthoudingen

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de samenwerkingsovereenkomst met Pidpa voor de weg- en rioleringswerken in de Lantaarnstraat.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

ONDERSTEUNING AANVRAAG BROWNFIELDCONVENANT KRUGERSITE. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Collegebeslissing van 3 december 2018 voor de samenstelling van het planteam voor opmaak van het RUP "omvormen kleine industriegebieden".

Op 6 juli 2020 besliste het college om het masterplan "Kruger" binnen de lopende RUP procedure niet verder uit te werken. De ontwikkeling van de site moest eerst gekaderd worden binnen het onderzoek "Ring en omgeving". In afwachting van dit onderzoek werd de site "Kruger" niet verder meegenomen in dit RUP.

Het college nam op 16 december 2019 een beslissing m.b.t. de invulling van de ruimtelijke bestemmingen, waarbij voor het deelgebied "Kruger" werd beslist om geen omzetting te doen naar zuiver wonen, maar een omvorming naar ambachtelijke bedrijvigheid in combinatie met wonen te voorzien.

Het RUP Kruger werd toegewezen op 25 oktober 2021.

De voorlopige vaststelling  van het Beleidsplan Ruimte Lier gebeurde door de gemeenteraad in de zitting van 29 april 2024.

Het voorontwerp van beleidskader economie werd goedgekeurd door het college op 27 mei 2024.

 

Feiten en context

Tijdens de lopende gesprekken over de Krugersite en sinds 28 juni 2024 ook met potentiële partner Opnieuw&Co komt de aanvraag Brownfieldconvenant als mogelijke piste. Op 16 september 2024 presenteerden Tom Lagast en A-Star Group hun voorstel van invulling op de Krugersite.

De vraag ter ondersteuning om lokaal draagvlak aan te tonen voor de aanvraag Brownfieldconvenant komt effectief binnen op 28 oktober 2024. De ondersteuning van de aanvraag Brownfieldconvenant doet geen uitspraken over de voorgestelde invulling.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur

Decreetbetreffende de Brownfieldconvenanten

 

Argumentatie

Een project komt in aanmerking voor het faciliterend kader dat via een brownfieldconvenant wordt geboden, als de aanvraag voldoet aan de ontvankelijk- en gegrondheidscriteria. De ontvankelijkheidscriteria hebben betrekking op de huidige toestand van het projectgebied en de vorm en samenstelling van het aanvraagdossier. De gegrondheidscriteria hebben betrekking op de noodzaak van een gecoördineerd optreden tussen overheden en de meerwaarde die het afsluiten van een brownfieldconvenant biedt aan de realisatie van het project.

 

De minister bevoegd voor economie stelt bovendien specifiek per oproep bijkomende gegrondheidscriteria en voorwaarden vast. Oproepspecifieke criteria kunnen betrekking hebben op de doelstellingen van het brownfieldproject of de aard van de geplande herontwikkeling, de karakteristieken van de projectgronden of het gebied waarin het brownfieldproject gelegen is, of de aard of samenstelling van de projectstructuur.

 

Voor deze oproep dienen de projecten aantoonbaar mee uitvoering te geven aan de beleidsambities die door Vlaanderen naar voren geschoven worden, op vlak van:

         ruimtelijke kwaliteit

         realisatie en beheer van bedrijfshuisvesting

         duurzaamheid en circulariteit

         bijzondere aandacht voor herontwikkeling van stortplaatsen 

 

Deze aanvraag tot Brownfieldconvenant past binnen de ruimtelijke visie van het lokaal bestuur in het kader van het Beleidsplan Ruimte Lier (definitief vastgesteld) en het Beleidskader Economie (definitief vastgesteld): behoud van de economische ruimte in Lier met het juiste bedrijf op de juiste plaats. Door de locatie net binnen de Ring en dus in kleinstedelijk gebied is deze niet geschikt voor milieubelastende industrie maar zeker waardevol voor economische handelingen, maakbedrijf, enz.

 

Stemming

 

18 stemmen voor: Rik Verwaest, Bert Wollants, Ivo Andries, Ilse Lambrechts, Henri Pets, Charlotte Schwagten, Niels De Bakker, Annemie Goris, Anja De Wit, Thierry Suetens, Dirk Frans, Maurits De Smedt, Marc De Keulenaer, Peggy Mortelmans, Christophe Wuyts, Xander De Vos, Piet De Zaeger en Martine Van der Kuylen

13 onthoudingen: Jan Mortelmans, Katrien Vanhove, Tom Claes, Ellen Lissens, Anja Vlaeymans, Björn Gielen, Sylvie Bracqué, Ipek Altun, Onur Alar, Sander Roelandt, Philippe Iglesias Bezemer, Katrien Van Praet en Gert Van Eester

Goedkeuring met 18 stemmen voor - 13 onthoudingen

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist de brownfieldconvenant betreffende het Brownfieldproject "275. Lier Krugersite" goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

VERKOOP EN DESAFFECTATIE VAN OPENBAAR DOMEIN TER HOOGTE VAN ANTWERPSESTEENWEG 153 EN 141. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Feiten en context

De dienst vastgoed werd gecontacteerd door de eigenaar van de woningen gelegen te Antwerpsesteenweg 153 en 141, Lier met de vraag tot aankoop van het aangrenzend openbaar domein.

 

In de praktijk betreft het een verharde voortuin die in de jaren '60 door de provincie werd onteigend met het oog op de heraanleg van de Antwerpsesteenweg. Later werd de N10 binnen de ring van Lier overgedragen aan stad Lier. De oppervlakte van deze verharde voortuintjes werd nooit aangewend voor de aanleg van enig openbaar domein, ook niet bij latere aanpassingswerken aan de Antwerpsesteenweg.

De aanpalende eigenaar wenst om die reden dan ook graag terug eigenaar te worden van de voortuintjes van haar eigendommen.

 

De desbetreffende gronden werden opgemeten en gewaardeerd door landmeter Bruno Mertens en het gaat concreet om:

         lot 1: 21 ca -  gewaardeerd op 5.900 euro

         lot 2: 21 ca - gewaardeerd op 5.900 euro

 

Er is geen wettelijke definitie van openbaar domein (ar. 3.45, eerste lid BW: 'Publieke goederen behoren tot het privaat domein, behalve indien ze tot het openbaar domein zijn bestemd."). Het Hof van Cassatie spreekt van 'goederen die uitdrukkelijk of impliciet worden bestemd tot het gebruik van allen of tot een openbare dienst.'

Openbare domeingoederen zijn niet langer zonder meer buiten de handel: ze zijn niet  vatbaar voor verkrijgende verjaring en kunnen geen voorwerp uitmaken van  natrekking of enig andere wijze van oorspronkelijke verkrijging. Sinds het nieuwe goederenrecht is het wel mogelijk om een persoonlijk of zakelijk gebruiksrecht te  vestigen op het goed in de mate dat dit de openbare bestemming niet in de weg staat (art 3.45, tweede lid BW). In principe zijn de goederen onvervreemdbaar. Opdat het openbaar goed kan vervreemd worden, dient er een desaffectatie te gebeuren. Desaffectatie is geen eigendomsoverdracht maar een verandering van rechtspositie:

de goederen van het openbaar domein komen terecht in het privaat domein.

Hierdoor kan het goed vervreemd worden

 

Adviezen

De dienst ruimtelijke planning geeft positief advies voor de verkoop.

 

De dienst openbaar domein geeft positief advies.

 

De dienst mobiliteit geeft positief advies.

 

De dienst vastgoed adviseert als volgt: 'Een onderhandse verkoop is in principe mogelijk mits er een bijzondere motivering van toepassing is. In dit geval betreft het de verharde voortuin van de aangrenzende woningen. Beide woningen zijn eigendom van dezelfde eigenaar. Aangezien er geen andere potentiële kandidaat-kopers kunnen zijn, is een onderhandse verkoop mogelijk. Gelet op de beperkte oppervlakte dienen alle kosten wel gedragen te worden door de koper.'

 

Fasering

1. Desaffectatie door de gemeenteraad

2. Opmaak akte door notaris

3. Goedkeuring akte door de gemeenteraad

4. Ondertekening van de akte

 

Juridische grond

Artikel 40 Decreet Lokaal Bestuur

 

Argumentatie

Om een goed te desaffecteren is er geen daad van beschikking of beheer nodig. Een desaffectatie is een beslissing omtrent het statuut van een goed en behoort daarom volgens het principe van volheid van bevoegdheid tot de bevoegdheid van de gemeenteraad.

 

Stemming

 

eenparig

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist om lot 1 en lot 2 van het opmetingsplan van landmeter Bruno Mertens dd. 15/8/2025 met dossiernummer 2025.06.38 te desaffecteren en op te nemen in het privaat domein.

 

Art 2 :

De gemeenteraad beslist om lot 1 en lot 2 van het opmetingsplan te verkopen aan de schattingsprijs, zijnde 11.800 euro, aan de aanpalende eigenaar op voorwaarde dat hij alle bijhorende kosten ten laste neemt.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

VERKOOP SION 6 PARKEERPLAATSEN. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Gemeenteraadsbeslissing dd. 29 september 2011 over de goedkeuring van overeenkomst "Publieke Private Samenwerking voor de ontwikkeling van de Sion Site" tussen Stad Lier en THV Ontwikkelingscombinatie Sion Site.

Gemeenteraadsbeslissing dd 28 september 2020 over de goedkeuring van de ontwerpakte tot aankoop van 58 parkeerplaatsen op de Sion Site.

Gemeenteraadsbeslissing dd 27 januari 2025 over de goedkeuring van het onderhands verkopen van 18 parkeerplaatsen op de Sion Site.

Gemeenteraadsbeslissing dd 27 januari 2025 over de goedkeuring van het verkopen via Biddit van 2 parkeerplaatsen op de Sion Site.

 

Feiten en context

Sinds 2020 is Stad Lier eigenaar van 58 parkeerplaatsen op de Sion site. in het jaar 2025 werden hiervan in totaal 20 parkeerplaatsen verkocht wat maakt dat Stad Lier op huidig ogenblik nog 38 parkeerplaatsen in eigendom heeft.

Verschillende partijen uit de buurt hebben intussen ook hun interesse kenbaar gemaakt tot aankoop van een parkeerplaats. Er wordt voorgesteld om 6 parkeerplaatsen te koop aan te bieden via Biddit.

 

Op 06 september 2024 heeft Beëdigd Landmeter Koen Stevens de parkeerplaatsen getaxeerd op volgende bedragen:

        Voor verkoop van één parkeerplaats: 26.000 euro

        Voor verkoop per 10 parkeerplaatsen: 24.000 euro per parkeerplaats

        Voor verkoop per 20 parkeerplaatsen: 22.000 euro per parkeerplaats

        Voor verkoop per 30 parkeerplaatsen: 20.000 euro per parkeerplaats

        Voor verkoop per 40 parkeerplaatsen: 18.000 euro per parkeerplaats

 

Adviezen

SOlag: "Stad Lier heeft het addendum aan de dadingsovereenkomst met het Dadingcomité (Gemeenteraad dd 28/9/2020) goedgekeurd.

 

Hierin is opgenomen dat:

         Stad Lier en SOLag hebben de intentie om de restcapaciteit in parking Sion in te zetten om het parkeerprobleem in de buurt aan te pakken en de buurtbewoners de opportuniteit te bieden om in parking Sion een aantal parkeerplaatsen aan te kopen of te huren op lange termijn.

         In totaal gaat het om 97 plaatsen die moeten worden aangeboden in parking Sion:

         58 parkeerplaatsen waarvoor stad Lier een aankooprecht heeft.

         Voor de resterende 39 plaatsen wordt uitgegaan van de +- 60 plaatsen van de THV Sion

         In eerste instantie worden de beschikbare parkeerplaatsen ingezet voor de bewoners in de door MINT afgebakende zones ‘Berlarij’ en ‘Gasthuisvest’, in tweede instantie zal worden onderzocht of kortparkeren een mogelijkheid is. Onderstaande volgorde wordt gehanteerd:

         De beschikbare parkeerplaatsen worden eerst gedurende een periode van 3 maanden te koop aangeboden aan de bewoners in de door MINT afgebakende zones ‘Berlarij’ en ‘Gasthuisvest’

         De niet verkochte parkeerplaatsen worden vervolgens gedurende een periode van 6 maanden aangeboden aan de bewoners in de door MINT afgebakende zones ‘Berlarij’ en ‘Gasthuisvest’ voor lange termijn verhuur.

         Voor het resterende aantal parkeerplaatsen zal nadien worden onderzocht of een systeem van kortparkeren kan worden gerealiseerd.

 

Inzake actualisatie dd 27/01/2026 hiervan, kan gesteld worden dat:

         Van de 38 parkeerplaatsen zijn er 10 verhuurd door parkeerbeheerder Indigo en 8 verhuurd aan bewoners van de Normaalschool totdat de werken hier beëindigd zijn.

         Momenteel zijn er 20 parkeerplaatsen vrij.

         Er zijn 3 geïnteresseerden:

         Eén kandidaat wenst één parkeerplaats aan te kopen, betreft een rechtstreekse buurtbewoner die de parkeerplaats wenst aan te schaffen voor eigen gebruik

         Eén kandidaat wenst twee parkeerplaatsen aan te kopen, betreft een ontwikkelaar die voorheen reeds 18 parkeerplaatsen van Stad Lier aankocht. Hij wenst de twee extra parkeerplaatsen mee aan te bieden aan kopers van zijn appartementen in de buurt.

         Eén kandidaat wenst drie parkeerplaatsen aan te kopen, Betreft een eigenaar van 3 woningen in 'Het Looks' zonder parking. Hij wenst per woning een parkeerplaats te verhuurders aan zijn huurders.

         De 3 geïnteresseerden zouden aldus de parkeerplaatsen aanwenden om parkeerdruk in de straat te verminderen.

 

Juridische grond

Principes van een verkoop door een lokaal bestuur

Artikel 293 DLB biedt een duidelijke rechtsgrond voor de vervreemding van onroerende goederen door openbare besturen.

Artikel 293 van het DLB bepaalt immers het volgende: "onroerende goederen van de gemeente en van de autonome gemeentebedrijven worden altijd vervreemd volgens de principes van mededinging en transparantie, behalve als er een motivering wordt gegeven voor een afwijking daarvan."

 

Dit artikel bevestigt dat de verkoopprocedures moeten voldoen aan de beginselen van mededinging en transparantie. Daarnaast bevat het ook de mogelijkheid om af te wijken van deze algemene principes, mits deze afwijking uitdrukkelijk gemotiveerd wordt.

Het decreet legt dus geen specifieke procedure op. Het bepaalt enkel dat de procedure transparant moet zijn en dat de mededinging gegarandeerd moet worden.

Dit wordt ook bevestigt door de memorie van toelichting. Deze verduidelijkt dat het bestuur kiest welke procedure het meest voordelig is en leidt tot het verkrijgen van de beste prijs met de minste kosten, rekening houdend met de beginselen van transparantie en mededinging.

 

Verder is er nog de omzendbrief KB/ABB 2019/3 aangaande transacties van onroerende goederen door lokale besturen en provinciale besturen en door besturen van erkende erediensten. De omzendbrief bevat richtlijnen over de procedures die het bestuur moet volgen in het kader van de beschikking en beheer van haar patrimonium. Er moet een geldig en recent schattingsverslag voorhanden zijn, voorafgaand aan de vervreemding van het goed. Dit betekent dat het schattingsverslag maximaal 2 jaar oud mag zijn. Voor onroerende transacties moet ook de markt geraadpleegd worden. Elke mogelijk geïnteresseerde moet de kans krijgen om mee te dingen. Een procedure met voldoende openbaarheid, transparantie en voldoende en gepaste publiciteit om de mogelijk geïnteresseerden te bereiken, is de beste garantie voor het verkrijgen van een goede prijs; het is volgens dezelfde omzendbrief de werkwijze die het best het algemeen belang dient, temeer omdat de individuele begunstiging bij een dergelijke procedure weinig kansen krijgt. Echter, onderhandse verkopen met voldoende publiciteit, transparantie en mededinging beantwoorden ook aan de voormelde criteria. Alleen om redenen van algemeen belang kan worden aanvaard dat de transactie zonder concurrentie verloopt; dit moet het bestuur door middel van een bijzondere motivering aantonen.

 

Conclusie

Het decreet Lokaal Bestuur en de omzendbrief KB/ABB 2019/3 van 3 mei 2019 stellen als beginsel voorop dat bij elke onroerende vervreemding de beginselen van transparantie en marktbevraging moeten gerespecteerd worden. Hieruit volgt niet welke procedure er exact moet gevolgd worden, enkel aan welke principes deze procedure moet voldoen. Een openbare verkoop via Biddit voldoet aan de vooropgestelde vereisten, aangezien

         er voldoende publiciteit wordt gevoerd: aanplakking ter plaatse, publicatie op de website, publicatie op sociale media kanalen;

         elke geïnteresseerde de kans krijgt om een bod uit te brengen.

 

Argumentatie

De gemeenteraad overweegt om 6 parkeerplaatsen in parkeergarage SION openbaar te verkopen via Biddit. Dit gezien er meerdere geïnteresseerden uit de buurt zijn in enkele parkeerplaatsen.

De instelprijs per parkeerplaats zal 26.000 euro bedragen zoals bepaald in de waardebepaling van Koen Stevens dd. 06 september 2024

 

Financiële weerslag

 

Actienummer

Omschrijving actie

LB01/03/KAP/05

Concessie parkeren op openbaar domein.

 

Stemming

 

eenparig

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist om zes ondergrondse parkeerplaatsen op de site 'SION' openbaar te verkopen via Biddit.

 

Art 2 :

De gemeenteraad beslist om M² notarissen te Lier, Mechelsesteenweg 92 aan te stellen om de notariële akte(s) op te maken en te verlijden.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

KESSELSESTEENWEG INNAME'S 1, 2 EN 23. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Gemeenteraadsbeslissing dd. 27 januari 2020: De gemeenteraad beslist de raamovereenkomst (voor drie jaar) met Igemo voor de begeleiding bij de verwervingen van gronden goed te keuren.

Onder deze raamovereenkomst vallen de innames aan de Kesselsesteenweg. Het betreft 58 innames die werden toegewezen aan Igemo door het college op 18 juli 2016.

 

Collegebeslissing dd. 14 juni 2021: Het college beslist om de dienst vastgoedtransacties aan te stellen voor de opmaak en het  verlijden van de aktes inzake de 58 innames in het dossier 'Kesselsesteenweg'.

 

Feiten en context

In het kader van haar aanstelling in dit dossier bezorgt vastgoedtransacties de ontwerpakte betreffende de kosteloze innames in het project 'Kesselsesteenweg' voor de innames 1, 2 en 23. 

Conform artikel 5 vastgoeddecreet van 19 december 2014 kan de commissaris van vastgoedtransacties mits machtiging door een lokaal bestuur de akte namens de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur de akte ondertekenen.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur

artikel 5 vastgoeddecreet van 19 december 2014

 

Argumentatie

De gemeenteraad overweegt om de ontwerpakte betreffende kosteloze overdracht van de innames 1,2 en 23 goed te keuren.

 

Stemming

 

eenparig

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist om de ontwerpakte betreffende de kosteloze overdracht van de innames 1, 2 en 23 in het project 'Kesselsesteenweg' goed te keuren.

 

Art 2 :

De gemeenteraad beslist op basis van artikel 5 van het vastgoeddecreet van 19 december 2014 de Vlaams commissaris  van vastgoedtransacties te machtigen om de akte en alle bijhorende stukken te verlijden en te ondertekenen.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

GRATIS GRONDAFSTAND POM DUWIJCK. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Feiten en context

De POM draagt de volgende grond met aanhorigheden gratis over aan Stad Lier:

         Een perceel grond met aanhorigheden, gekadastreerd volgens recent kadastraal uittreksel sectie A, perceel nummers 350/F/P0000, 354/H/ P0000, 356/E/P0000, 357/F/P0000, 371/K/P0000, 393/F/P0000, 393/G/ P0000, 394/F/P0000, 394/M/P0000, 394/N/P0000, 395/F/P0000, 407/D/ P0000, 967/D/P0000 en delen van perceel nummers 344/E/P0000, 344/G/P0000, 344/H/P0000, 345/H/P0000, 346/L/P0000, 369/G/P0000, 371/F/P0000, 395/C/P0000 en 395/G/P0000, thans met gereserveerd perceelsidentificatienummer 12392/A/1018/A/P0000, met een totale oppervlakte volgens het hierna vermeld opmetingsplan opgemaakt door landmeter-expert Jolanda Cardoen van vier hectare zesenvijftig are dertig komma dertig centiare (4ha 56a 30,30ca) en aangeduid op dit plan als lot één (1).

         Een perceel grond met aanhorigheden, gekadastreerd volgens recent kadastraal uittreksel sectie A, perceel nummers 432/N/P0000 en 432/R/P0000 met een totale oppervlakte volgens het hierna vermeld opmetingsplan opgemaakt door landmeter-expert Jolanda Cardoen van vijf are achtenveertig komma vijfenzeventig centiare (5a 48,75ca) en aangeduid op dit plan als lot twee (2).

 

De overdracht gebeurt om reden van openbaar nut meer in het bijzonder in het kader van de overdracht van het beheer van de wegenis, waarbij de stad onder meer de kosten van aanleg, onderhoud en herstelling aan de wegenis en de eventuele ondergrondse en bovengrondse infrastructuur op zich neemt.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur

artikel 5 vastgoeddecreet van 19 december 2014

 

Argumentatie

De gemeenteraad overweegt om de ontwerpakte betreffende de gratis grondafstand door de POM goed te keuren.

 

Conform artikel 5 vastgoeddecreet van 19 december 2014 kan de commissaris van vastgoedtransacties mits machtiging door een lokaal bestuur de akte namens de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur de akte ondertekenen.

 

Stemming

 

eenparig

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist om de ontwerpakte betreffende de gratis grondafstand van de hierna opgesomde onroerende goederen goed te keuren:

Een perceel grond met aanhorigheden, gekadastreerd volgens recent kadastraal uittreksel sectie A, perceel nummers 350/F/P0000, 354/H/ P0000, 356/E/P0000, 357/F/P0000, 371/K/P0000, 393/F/P0000, 393/G/ P0000, 394/F/P0000, 394/M/P0000, 394/N/P0000, 395/F/P0000, 407/D/ P0000, 967/D/P0000 en delen van perceel nummers 344/E/P0000, 344/G/P0000, 344/H/P0000, 345/H/P0000, 346/L/P0000, 369/G/P0000, 371/F/P0000, 395/C/P0000 en 395/G/P0000, thans met gereserveerd perceelsidentificatienummer 12392/A/1018/A/P0000, met een totale oppervlakte volgens het hierna vermeld opmetingsplan opgemaakt door landmeter-expert Jolanda Cardoen van vier hectare zesenvijftig are dertig komma dertig centiare (4ha 56a 30,30ca) en aangeduid op dit plan als lot één (1);

Een perceel grond met aanhorigheden, gekadastreerd volgens recent kadastraal uittreksel sectie A, perceel nummers 432/N/P0000 en 432/R/P0000 met een totale oppervlakte volgens het hierna vermeld opmetingsplan opgemaakt door landmeter-expert Jolanda Cardoen van vijf are achtenveertig komma vijfenzeventig centiare (5a 48,75ca) en aangeduid op dit plan als lot twee (2).

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

MAASFORTBAAN: OPSTALOVEREENKOMST KLJ. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Stad Lier is eigenaar van twee percelen die ten kadaster gekend zijn als Lier tweede afdeling sectie C nrs 17/A/12(deel) en 17/S/12 (deel). De KLJ wenst op de zone zoals aangeduid op het opmetingsplan in bijlage, opgemaakt door beëindigd landmeter Petitjean, een nieuw gebouw op te richten in functie van haar activiteit als jeugdbeweging.

Hiervoor dient een opstalrecht gevestigd te worden.

 

Het college besliste op 22/09/2025 notaris Van Cauwenbergh aan te stellen voor de opmaak en het verlijden van de akte en om de volgende principes goed te keuren:

 

  1. Doel van het opstalrecht

Het opstalrecht wordt uitsluitend verleend met het oog op de realisering van een jeugdlokaal ten behoeve van de werking van KLJ. Het mag onder geen beding worden aangewend voor commerciële doeleinden gedurende de volledige duur van het opstalrecht.

 

  1. Vergunningen

De opstalhouder verbindt zich ertoe om alle reglementaire en administratieve vergunningen, inclusief de omgevingsvergunning, te verkrijgen. De opstalhouder mag de bouwwerken niet aanvatten voordat deze vergunningen zijn verleend.

 

  1. Duur van het opstalrecht

         De termijn bedraagt 50 jaar.

         Deze termijn kan in gemeen overleg worden verlengd tot maximaal 59 jaar.

         Verlenging dient per aangetekend schrijven te worden aangevraagd bij het college, ten vroegste 15 maanden en ten laatste 12 maanden vóór het einde van de termijn van 50 jaar.

         Het college zal uiterlijk 4 maanden na de aanvraag een gemotiveerde beslissing nemen. Indien deze termijn wordt overschreden, wordt het opstalrecht automatisch verlengd met 9 jaar.

 

  1. Vergoeding

De opstalhouder betaalt een jaarlijkse vergoeding van 250 euro, geïndexeerd conform de gezondheidsindex.

 

  1. Niet-nakoming van verplichtingen

Indien de opstalhouder zijn verplichtingen uit deze overeenkomst niet nakomt, heeft de opstalgever het recht om de overeenkomst te ontbinden.

 

  1. Gebruik door andere verenigingen

De infrastructuur dient verplicht ter beschikking te worden gesteld aan andere verenigingen wanneer deze niet door de club zelf wordt gebruikt.

 

  1. Onderhoud en herstellingen

De opstalgever zal tot geen enkele herstelling aan het lokaal met aanhorigheden verplicht zijn. De opstalhouder zal instaan voor het onderhoud en dient er de nodige herstellingen, welke deze ook wezen, aan uit te voeren.

 

  1. Verzekeringen

Voor de ganse duur van de overeenkomst is de opstalhouder verplicht om voor de infrastructuur een verzekering af te sluiten tegen schade veroorzaakt door brand, ontploffing, storm, natuurrampen en aanverwante risico's en die de gebouwen dekt voor de wederopbouw. Bovendien is de opstalhouder ertoe gehouden zijn eigen aansprakelijkheid als opstalhouder van de onroerende goederen te verzekeren tegen alle risico's van burgerlijke aansprakelijkheid, evenals de lasten te dragen van de verzekering tegen diezelfde risico's in hoofde van de opstalgever.

 

  1. Gehele vernieling van opstallen

In geval van gehele vernieling van de opstallen, door welke oorzaak ook, zowel van

de bestaande als de nieuw opgerichte opstallen, heeft de opstalhouder de keuze tussen het oprichten van de opstallen of de verbreking van huidige overeenkomst. Indien de opstalhouder de eerste mogelijkheid verkiest, zal hij zo snel mogelijk beginnen met de wederopbouw na voorafgaande en schriftelijke goedkeuring over de plannen en het lastenkohier van de opstalgever te hebben bekomen.

 

  1. Wijzigingen

De opstalhouder mag niet overgaan tot herinrichting van terreinen, wijziging, afbraak, verbouwingen, herconditionering of nieuwbouw zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de stad Lier die de voor te leggen plannen moet goedkeuren, voordat de werken worden aangevat.

 

  1. Zakelijke rechten en vervreemding

De opstalhouder mag geen zakelijk recht vestigen op het goed of zijn recht van opstal vervreemden of bezwaren zonder voorafgaand schriftelijk akkoord van de opstalgever.

 

  1. Einde van het opstalrecht

Bij het einde van het opstalrecht zullen alle opstallen van rechtswege in volle

eigendom toekomen aan de opstalgever, zonder enige vergoeding of terugbetaling aan de opstalhouder, tenzij de opstalgever verkiest dat de opstallen worden weggenomen en dat het goed in zijn oorspronkelijke staat wordt hersteld.

 

  1. Ontbinding van de vereniging

Bij de ontbinding van de vereniging, zal het opstalrecht voor de nog lopende termijn van de overeenkomst overgedragen worden aan een vereniging met gelijkaardige doeleinden te Lier en bij gebreke daarvan in het arrondissement waartoe Lier behoort, zo deze hierom verzoekt en zich ertoe verbindt de bepalingen van de overeenkomst na te komen. Wanneer dit verzoek niet wordt gedaan, zal de overeenkomst van rechtswege en zonder aanmaning worden opgeheven en zonder dat van de opstalgever enige schadevergoeding kan gevraagd worden.

 

  1. Schending van verplichtingen

Indien de opstalhouder de verplichtingen die voor hem voortvloeien uit de opstalovereenkomst niet nakomt, heeft dit van rechtswege en zonder aanmaning, de ontbinding van het recht van opstal tot gevolg.

 

  1. Taksen en lasten

Alle mogelijke taksen, lasten en belastingen, met inbegrip van de onroerende voorheffing op de grond, te stellen door de staat, de provincie, de gemeente of het gewest vallen ten laste van de opstalhouder.

 

  1. Aktekosten en registratierechten

De aktekosten en registratierechten zijn volledig ten laste van de vereniging.

 

Feiten en context

Notaris Van Cauwenbergh werd aangesteld als notaris en maakt in kader hiervan de ontwerpakte over.

 

Op basis van artikel 40 van het decreet lokaal bestuur beslist de gemeenteraad over de vervreemding van goederen, alsook het verlenen van een opstalrecht van 50 jaar. Bijgevolg dient de gemeenteraad haar goedkeuring te verlenen betreffende de ontwerpakte in bijlage.

 

Advies

De dienst vastgoed adviseert positief; de principes komen overeen met de notariële principes opgelegd voor de KSA en Scouting Groep Lier. Bovendien ligt de voorgestelde vergoeding van 250 euro/ jaar in lijn met de vergoedingen die betaald worden door de andere jeugdverenigingen (de basisvergoedingen bedragen tussen de 120 en 250 euro).

Hoewel het schattingsverslag de waarde van het opstalrecht voor een looptijd van 50 jaar hoger waardeert, wordt bewust gekozen voor een gereduceerde jaarlijkse vergoeding:

         aansluiting bij bestaande vergoedingen van gelijkaardige verenigingen (gelijkheid bewaren): de gehanteerde vergoeding ligt volledig in lijn met de notariële voorwaarden die eerder werden opgelegd aan KSA en Scouting Groep Lier. De jaarlijkse vergoeding van 250 euro sluit aan bij de bestaande praktijk voor jeugdverenigingen, waar de basisvergoedingen zich situeren tussen 120 en 250 euro per jaar. Hierdoor wordt een coherent en gelijklopend beleid gevoerd ten opzichte van alle jeugdverenigingen op het grondgebied. Zo wordt het gelijkheidsbeginsel gerespecteerd.

         de opstalhouder is een jeugdvereniging met als kernopdracht het organiseren van jeugdwerking en het bevorderen van ontmoeting, ontplooiing en maatschappelijke betrokkenheid bij kinderen en jongeren. Het opleggen van een marktconforme vergoeding zou een disproportionele financiële last betekenen, die rechtstreeks ten koste gaat van de kernactiviteiten ten behoeve van kinderen en jongeren.

         de opstalvergoeding is niet kosteloos en houdt rekening met de draagkracht van de vereniging en de niet-commerciële aard van de activiteit.

 

Juridische grond

artikel 40 Decreet Lokaal Bestuur

 

Argumentatie

De gemeenteraad overweegt om de ontwerpakte goed te keuren.

 

Stemming

 

eenparig

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist om de ontwerpakte betreffende het opstalrecht aan de KLJ goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

RUIL N.A.V. VERPLAATSEN CABINE VAN FLUVIUS TE VEEMARKT. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Feiten en context

Op de veemarkt bevindt zicht een cabine van Fluvius in het Brugwachtershuisje. Dit gebouw en de onderliggende grond zijn eigendom van Fluvius. De cabine moet verplaatst worden naar een zone achter de frituur (zie plan in bijlage) dat openbaar domein betreft.

 

De eigendom van het Brugwachtershuisje wordt overgedragen naar de Stad en opgenomen in het openbaar domein. In ruil hiervoor verwerft Fluvius een recht van opstal van 99 jaar op het openbaar domein. Bijkomend dient notarieel vastgelegd te worden dat Fluvius de kosten van een eventuele toekomstige verplaatsing niet ten laste neemt.

 

Adviezen

De dienst infrastructuur adviseert positief. De cabine heeft geen erfgoedstatuut. Vanuit de stad is er dan ook geen vraag om deze te renoveren. Vervanging door een nieuwe cabine is dus zeker mogelijk. Binnen het heraanlegproject Zaat-Veemarkt (momenteel budgettair on hold) werd reeds met Fluvius voorbesproken om de cabine te verplaatsen naar onderstaande locatie, achter frituur Leuvense Poert o.w.v. het tracé van het nieuwe fietspad langs de keerwand.

 

De dienst vastgoed adviseert positief: de ruil is in dit geval evenwichtig; de stad bekomt de eigendom van het Brugwachtershuisje in ruil voor het verlenen van een opstalrecht van 99 jaar op het openbaar domein voor de verplaatsing van de cabine. Op openbaar domein kan sinds het nieuwe goederenrecht een opstalrecht gevestigd worden indien het recht past binnen de aanwending van het domeingoed.

 

Juridische grond

Titel 8 Burgerlijk Wetboek

 

Argumentatie

De gemeenteraad overweegt om akkoord te gaan met de vestiging van een opstalrecht ten voordele van Fluvius op het openbaar domein op de Veemarkt in ruil voor de verwerving van de eigendom van het Brugwachtershuisje. De gemeenteraad gaat tevens akkoord met de opname van de stelling dat Fluvius niet instaat voor de kosten van eventuele toekomstige verplaatsing van de cabine. De huidige verplaatsing van het brugwachtershuisje naar het openbaar domein neemt Fluvius wel ten laste. Het brugwachtershuisje wordt opgenomen in het openbaar domein.

 

Stemming

 

eenparig

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad gaat akkoord met de vestiging van een opstalrecht voor een termijn van 99 jaar ten voordele van Fluvius op het openbaar domein op de Veemarkt conform het plan in bijlage in ruil voor de verwerving van de eigendom van het Brugwachtershuisje, kadastraal gekend als Lier 2e afdeling sectie C nr 0001/03_000. De gemeenteraad beslist om het perceel dat ten kadaster gekend is als Lier 2e afdeling sectie C nr 0001/03_000 te affecteren in het openbaar domein.

De gemeenteraad gaat tevens akkoord met de opname in de notariële akte van de stelling dat Fluvius niet instaat voor de kosten van eventuele toekomstige verplaatsing van de cabine.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

GASFABRIEK GRATIS GRONDAFSTAND. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Goedkeuring RUP Gasfabriek door de bestendige deputatie van 9/08/2012

Collegebeslissing van 21 maart 2016 in kader van kwaliteitsbewaking bij het RUP Gasfabriek over de muur tussen project en Gaslei.

Collegebeslissing van 4 juli 2016 in het kader van Kwaliteitsbewaking bij RUP Gasfabriek

STANDPUNT OVER MUUR TUSSEN PROJECT EN GASLEI.

Kennisname door college over stand van zaken Gasfabriek dd 6 november 2017 : Bij uitvoering van de ontwikkeling Gasfabriek bleek dat de stedenbouwkundige voorschriften van het RUP niet nageleefd zijn. Meer bepaald:

1) pad aanleggen achter de tuinen van de Gaslei. Huisnummers 1 tot en met 13 zouden een pad achter de tuinen moeten hebben dat gelijk getrokken wordt met de huisnummers 1 tot en met 5, zodat de huisnummers 6 tot en met 13 de mogelijkheid zouden hebben om een deel tuin bij te kopen. En dat alle huizen, dus ook de huisnummers 1 tot en met 5 kunnen ontsluiten langs achter naar het pad.

2) In de zone voor het pad achter de tuinen mag zeker en vast ook geen noodgenerator geplaatst zijn.

3) De muren van de tuinen van de huizen van de GASLEI zouden uniform moeten zijn, bestaande uit een levende haag in combinatie met grijs hekwerk. In de scheidingswand mogen ook tuinbergingen voorkomen met een deuropening naar achter, maar deze berging mag niet breder zijn dan 1,5m.

GANDS heeft een regularisatievergunning ontvangen voor de bestaande toestand van de Gasfabriek site op 30/1/2017. Op het plan van de vergunning staat de bestaande toestand van de wegenis en noodgenerator. Ook staan er op het plan dwarsparkeerplaatsen getekend. De vergunning zelf gaat alleen maar over de gebouwen en niet over de buitenaanleg.

 

Collegebeslissing dd. 8 juni 2020: Het college beslist om akkoord te gaan met de volgende voorwaarden van de vereniging van mede-eigenaars opdat zij akkoord gaat met de gratis grondafstand conform het plan in bijlage:

1) De stad Lier draagt de kosten voor het verleggen van het pad;

2) De stad Lier draagt de kosten voor het verplaatsen van de noodgenerator;

3) De Stad Lier onderhandelt met de eigenaars van de panden in de Gaslei over de verdeling van de kosten voor het vernieuwen van de scheidingsmuur. De stad zal 50% van de kosten dragen, mits de eigenaars van de Gaslei de overige 50% van de kosten ten laste nemen.

4) De stad Lier ziet af van de onteigening van de site, mits alle paden conform het RUP opgenomen worden in het openbaar domein.

5) De stad Lier zorgt voor een oplossing voor de wateroverlast in de tuin (drainage).

Het college gaat akkoord met de totale geraamde kosten van 179.050 euro (hiervan dient 36.000 euro ivm het vuil water gedragen te worden door de eigenaars) die gemaakt zullen worden om te voldoen aan de hierboven vermelde voorwaarden.

Het college gaat tevens akkoord met het afzien van de onteigening mits alle paden conform het RUP opgenomen worden in het openbaar domein.

 

Feiten en context

Intussen heeft de VME de dienst vastgoed op de hoogte gebracht van het feit dat ze akkoord gaan met de vooropgestelde voorwaarden voor de gratis grondafstand.

 

Aangezien de stad een stuk grond (gratis) zal verwerven, dient dit goedgekeurd te worden door de gemeenteraad. Conform artikel Artikel 41, 2e lid, 11° van het Decreet lokaal bestuur is de gemeenteraad bevoegd voor de daden van beschikking over onroerende goederen.

 

Juridische grond

Art 41, 2e lid, 11° Decreet Lokaal Bestuur

 

Argumentatie

De gemeenteraad beslist om akkoord te gaan met de volgende voorwaarden van de vereniging van mede-eigenaars opdat zij akkoord gaat met de gratis grondafstand conform het plan in bijlage:

1) De stad Lier draagt de kosten voor het verleggen van het pad;

2) De stad Lier draagt de kosten voor het verplaatsen van de noodgenerator;

3) De Stad Lier onderhandelt met de eigenaars van de panden in de Gaslei over de verdeling van de kosten voor het vernieuwen van de scheidingsmuur. De stad zal 50% van de kosten dragen, mits de eigenaars van de Gaslei de overige 50% van de kosten ten laste nemen.

4) De stad Lier ziet af van de onteigening van de site, mits alle paden conform het RUP opgenomen worden in het openbaar domein.

5) De stad Lier zorgt voor een oplossing voor de wateroverlast in de tuin (drainage).

Het college gaat akkoord met de totale geraamde kosten van 179.050 euro (hiervan dient 36.000 euro ivm het vuil water gedragen te worden door de eigenaars) die gemaakt zullen worden om te voldoen aan de hierboven vermelde voorwaarden.

Het college gaat tevens akkoord met het afzien van de onteigening mits alle paden conform het RUP opgenomen worden in het openbaar domein.

 

Stemming

 

23 stemmen voor: Rik Verwaest, Bert Wollants, Ivo Andries, Ilse Lambrechts, Henri Pets, Charlotte Schwagten, Niels De Bakker, Annemie Goris, Jan Mortelmans, Anja De Wit, Thierry Suetens, Dirk Frans, Maurits De Smedt, Marc De Keulenaer, Ellen Lissens, Peggy Mortelmans, Christophe Wuyts, Xander De Vos, Piet De Zaeger, Martine Van der Kuylen, Sander Roelandt, Philippe Iglesias Bezemer en Katrien Van Praet

8 onthoudingen: Katrien Vanhove, Tom Claes, Anja Vlaeymans, Björn Gielen, Sylvie Bracqué, Ipek Altun, Onur Alar en Gert Van Eester

Goedkeuring met 23 stemmen voor - 8 onthoudingen

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist om akkoord te gaan met de volgende voorwaarden van de vereniging van mede-eigenaars opdat zij akkoord gaat met de gratis grondafstand conform het plan in bijlage:

1) De stad Lier draagt de kosten voor het verleggen van het pad;

2) De stad Lier draagt de kosten voor het verplaatsen van de noodgenerator;

3) De Stad Lier onderhandelt met de eigenaars van de panden in de Gaslei over de verdeling van de kosten voor het vernieuwen van de scheidingsmuur. De stad zal 50% van de kosten dragen, mits de eigenaars van de Gaslei de overige 50% van de kosten ten laste nemen.

4) De stad Lier ziet af van de onteigening van de site, mits alle paden conform het RUP opgenomen worden in het openbaar domein.

5) De stad Lier zorgt voor een oplossing voor de wateroverlast in de tuin (drainage).

De gemeenteraad gaat akkoord met de totale geraamde kosten van 179.050 euro (hiervan dient 36.000 euro ivm het vuil water gedragen te worden door de eigenaars) die gemaakt zullen worden om te voldoen aan de hierboven vermelde voorwaarden.

Het college gaat tevens akkoord met het afzien van de onteigening mits alle paden conform het RUP opgenomen worden in het openbaar domein.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

AANKOOPCENTRALE AWV - BESTEK VWT/VL/2023/1 VOOR HET UITVOEREN VAN VERKEERSLICHTENSTUDIES EN MICROSIMULATIES EN HET ONTWERPEN EN OPSTELLEN VAN V-PLANNEN EN SPECIFICATIES VOOR LICHTENGEREGELDE KRUISPUNTEN. TOETREDINGSOVEREENKOMST. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

De gemeenteraad heeft in zitting van 26 juni 2023 goedkeuring gehecht aan de toetredingsovereenkomsten van onderstaande raamcontracten uitgeschreven via een opdrachtencentrale door het Agentschap Wegen en Verkeer :

  1. opmaak lichtenregelingen, V-plannen en microsimulaties (bestek 1M3D8N/19/05
  2. leveren, plaatsen, uitbreiden, aanpassen, vernieuwen, verplaatsen, verwijderen en
    onderhoud van driekleurige lichtseininstallaties op kruispunten, knipperlichten, biflashinstallaties en bochtafbakingsborden opgesteld in Vlaanderen (bestek
    VWT/EW/2021/002)
  3. mobilidata - iVRI (intelligente verkeersregelinstallatie) - leveren, opstellen, onderhouden en aanpassen van intelligente verkeersregelaars in Vlaanderen - gedeelte ITS-applicatie en RIS 2 (bestek VWT/EW/2021/002)

 

Feiten en context

Als wegbeheerder staat AWV in voor de opmaak van V-plannen voor kruispunten in haar beheer. Bij het opmaken van deze V-plannen wordt gestreefd naar een optimale veiligheid en doorstroming voor alle modi en het behalen van eventuele specifieke doelstellingen voor één of meerdere modi. Voorafgaand aan de opmaak van het V-plan, kunnen ook verkeerslichtenstudies en simulaties nodig zijn teneinde mogelijke oplossingen in kaart te brengen en de haalbaarheid van de oplossingen te analyseren en te simuleren. Bovendien staat AWV in voor de opmaak van specificaties voor de ITS-applicaties, die intelligente verkeersregelinstallaties kunnen aansturen.

 

De raamovereenkomst (1M3D8N/19/05) voor opmaak lichtenregelingen, V-plannen en microsimulaties, waarvoor de gemeenteraad op 26 juni 2023 een toetredingsovereenkomst heeft goedgekeurd is afgelopen. AWV heeft hiervoor een nieuw bestek (AID-nummer VWT/VL/2023/1) opgemaakt (in bijlage)

 

De aanbesteding heeft de vorm van een aankoopcentrale, waarbij AWV als aanbestedende overheid op treedt als aankoopcentrale ten aanzien van alle vlaamse steden en gemeenten.

Toetreding tot de aankoopcentrale kan gebeuren tijdens de volledige contractuele looptijd van de opdracht (inclusief verlengingen).

De deelnemende entiteiten zijn verantwoordelijk voor de door hun geplaatste bestellingen, het toezicht hierop, de ontvangst en de betalingen in het kader van de uitvoering van de opdracht.

Deze raamovereenkomst (VWT/VL/2023/1) heeft een duur van 12 kalendermaanden. Het contract kan maximaal drie maal verlengd worden telkens voor een periode van 12 kalendermaanden.

De opdracht voor, het deel van de deelnemende entiteit, start op datum van toetreding tot het contract eindigt. Na de maximale verlengingen neemt de opdrachtencentrale een einde op 4/6/2028.

 

Om te kunnen toetreden tot de aankoopcentrale verbinden de deelnemende entiteiten zich ertoe een toetredingsovereenkomst (in bijlage) te ondertekenen waarbij zij bevestigen het contractuele kader van de raamovereenkomst te zullen aanvaarden zodoende dat ze kunnen genieten van de bepalingen en voorwaarden die vermeld staan in de opdrachtdocumnten van de huidige opdracht en in de offerte van de opdrachtnemer.

 

Toetreding tot dit raamcontract is noodzakelijk i.k.v. het ontwerp voor de nieuwe lichtenregeling kruispunt Kazernedreef x Mechelssesteenweg en Sluislaan x Mechelsesteenweg en uitvoering van het ontwerp van de nieuwe lichtenregeling en de eventuele noodzaak tot het plaatsen van een iVRI thv Kazernedreef en Sluislaan dat moet blijken uit de uit te voeren studie.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur.

 

Argumentatie

De toetredingsovereenkomst voor het raamcontract opmaak lichtenregelingen, V-plannen en microsimulatie dient ter goedkeuring te worden overgemaakt aan de gemeenteraad.

 

Stemming

 

27 stemmen voor: Rik Verwaest, Bert Wollants, Ivo Andries, Ilse Lambrechts, Henri Pets, Charlotte Schwagten, Niels De Bakker, Annemie Goris, Katrien Vanhove, Anja De Wit, Tom Claes, Thierry Suetens, Dirk Frans, Maurits De Smedt, Marc De Keulenaer, Anja Vlaeymans, Björn Gielen, Sylvie Bracqué, Peggy Mortelmans, Ipek Altun, Onur Alar, Christophe Wuyts, Xander De Vos, Piet De Zaeger, Martine Van der Kuylen, Philippe Iglesias Bezemer en Gert Van Eester

4 onthoudingen: Jan Mortelmans, Ellen Lissens, Sander Roelandt en Katrien Van Praet

Goedkeuring met 27 stemmen voor - 4 onthoudingen

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad hecht goedkeuring aan de toetredingsovereenkomst voor het raamcontract VWT/VL/2023/1 'Opmaak lichtenregelingen, V-plannen en microsimulaties'.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST 'INTERGEMEENTELIJKE PREVENTIEWERKING' - VERLENGING. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Het preventiedecreet van 21 november 2003 en latere wijzigingen.

Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies, en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 25 juni 2010 en latere wijzigingen.

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

Het decreet Lokaal sociaal beleid van 9 februari 2018 en latere wijzigingen.

Het schrijven van toenmalig Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen, gericht aan het College van Burgemeester en Schepenen met betrekking tot de ondersteuning van lokale preventiewerkingen (dd. 24 april 2019).

Het preventiedecreet van 31 mei 2023 en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2024.

Goedkeuring door het college, in zitting van 8/5/2023, van de deelname aan de aanwerving van een intergemeentelijke preventiewerker binnen de ELZ Pallieterland.

Goedkeuring door het college, in zitting van 25/9/2023, van de samenwerkingsovereenkomst in het kader van de intergemeentelijke preventiewerking in de eerstelijnszone Pallieterland.

Goedkeuring door de gemeenteraad, in zitting van 23/10/2023, van de samenwerkingsovereenkomst in het kader van de intergemeentelijke preventiewerking in de eerstelijnszone Pallieterland.

Goedkeuring door het college, in zitting van 10 maart 2025, van de verlenging van de samenwerkingsovereenkomst voor het jaar 2025 in het kader van de intergemeentelijke preventiewerking in de eerstelijnszone Pallieterland.

Goedkeuring door de gemeenteraad, in zitting van 31 maart 2025, van de verlenging van de samenwerkingsovereenkomst voor het jaar 2025 in het kader van de intergemeentelijke preventiewerking in de eerstelijnszone Pallieterland.

Goedkeuring door het college, in zitting van 12 januari 2026, van de verlenging van de samenwerkingsovereenkomst voor drie maanden (januari, februari, maart 2026) in het kader van de intergemeentelijke preventiewerking in de eerstelijnszone Pallieterland.

 

Feiten en context

De samenwerkingsovereenkomst in het kader van de intergemeentelijke preventiewerking binnen de eerstelijnszone Pallieterland werd onlangs door het CBS verlengd voor drie maanden (januari, februari, maart 2026). We stellen voor, om de continuïteit van de samenwerking te garanderen, de samenwerkingsovereenkomst te verlengen tot 31 december 2028, ingaande op 1 april 2026. De andere gemeenten uit de eerstelijnszone verlengen de samenwerkingsovereenkomst voor eenzelfde periode. De aansturing van de intergemeentelijke preventiewerking zal gebeuren vanuit Gezondheidsmakers en niet meer zoals voorheen vanuit de ELZ. De jaarlijkse bijdrage van de stad voor de intergemeentelijke preventiewerking bedraagt 7.561 euro.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur

 

Argumentatie

Om de continuïteit van de intergemeentelijke preventiewerking te garanderen, stellen we voor om de samenwerkingsovereenkomst te verlengen tot 31 december 2028, ingaande op 1 april 2026.

 

Financiële weerslag

 

Actienummer

Omschrijving actie

LB01/01/KAP/08 

 Intergemeentelijke preventiewerking

 

Stemming

 

27 stemmen voor: Rik Verwaest, Bert Wollants, Ivo Andries, Ilse Lambrechts, Henri Pets, Charlotte Schwagten, Niels De Bakker, Annemie Goris, Katrien Vanhove, Anja De Wit, Tom Claes, Thierry Suetens, Dirk Frans, Maurits De Smedt, Marc De Keulenaer, Anja Vlaeymans, Björn Gielen, Sylvie Bracqué, Peggy Mortelmans, Ipek Altun, Onur Alar, Christophe Wuyts, Xander De Vos, Piet De Zaeger, Martine Van der Kuylen, Philippe Iglesias Bezemer en Gert Van Eester

4 onthoudingen: Jan Mortelmans, Ellen Lissens, Sander Roelandt en Katrien Van Praet

Goedkeuring met 27 stemmen voor - 4 onthoudingen

 

BESLUIT

Art 1 :

Het gemeenteraad beslist om de samenwerkingsovereenkomst in het kader van de intergemeentelijke preventiewerking, te verlengen tot 31 december 2028, ingaande op 1 april 2026.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

LOKALE POLITIE LIER - BEGROTING 2026 - GOEDKEURING DOOR FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN. KENNISNAME.

 

MOTIVERING

De stad ontving de brief dd. 27 januari 2026 i.v.m. goedkeuring  van de begroting 2026 van de lokale politie Lier door het Federaal Toezicht Lokale Politie.

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad neemt kennis van de brief dd. 27 januari 2026 i.v.m. goedkeuring  van de begroting dienstjaar 2026  van de lokale politie Lier door het Federaal Toezicht Lokale Politie.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

ERKENNINGSKADER VAKANTIEPARTNERS I.K.V. BOA - REGLEMENT ERKENNING LIERSE OPVANGINITIATIEVEN. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Op 25/02/2019 keurt de gemeenteraad het reglement ter erkenning van Lierse opvanginitiatieven goed.
Op 26/01/2026 keurt het college de verdere uitrol van het BOA-decreet goed.
 

Feiten en context

In 2019 keurde de Vlaamse regering het decreet buitenschoolse opvang en activiteiten goed.

Op 21 november 2025 keurde de Vlaamse regering een wijzigingsdecreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten goed (BOA), waarin staat dat elk lokaal bestuur erkennningskaders moet opmaken om opvang- en activiteitenaanbod lokaal te erkennen.

 

Organisatoren van vakantiekampen voor kinderen konden tot nu toe erkend worden via het erkenningsreglement voor opvanginitiatieven. Zij vroegen deze lokale erkenning aan met de bedoeling om fiscale attesten te kunnen afleveren aan deelnemers.

 

De huidige regelgeving van de Vlaamse regering omschrijft dat elk erkenningskader van BOA volgende 6 kerngebieden met minimumvoorwaarden moet bevatten: organisatorisch beleid - medewerkersbeleid - pedagogisch beleid - toegankelijkheid - monitoring en evaluatie - verbondenheid.

 

Vandaar dat het 'reglement ter erkenning van Lierse opvanginitiatieven' van 2019 vervalt en vervangen wordt door een nieuw erkenningskader voor vakantiepartners.

 

Fasering

Het erkenningskader gaat in op 2 maart 2026.
Erkenningskaders voor buitenschoolse opvang en voor opvang op scholen worden later opgemaakt en voorgelegd ter goedkeuring.

 

Adviezen

In zitting van 10/06/2025 en van 20/10/2025 werd met alle vakantiepartners die deel uitmaken van het Lierse samenwerkingsverband een voorstel tot erkenningskader uitgewerkt.

In zitting van 03/06/2025 gaf het LOK positief advies omtrent het erkenningskader voor vakantiepartners.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur

Decreet Buitenschoolse opvang en Activiteiten van de Vlaamse regering van 3 mei 2019
Decreet toekenning kwaliteitslabel aan organisatoren kleuteropvang van de Vlaamse regering van 16 oktober 2020

Besluit van de Vlaamse regering over het lokaal beleid, samenwerking en subsidiering voor buitenschoolse opvang en activiteiten van 9 juli 2021

Overgangsbesluit van de Vlaamse regering over de BOA-subsidies van 24 september 2021
Wijzigingsdecreet Buitenschoolse opvang en activiteiten van de Vlaamse regering van 21 november 2025

 

Stemming

 

30 stemmen voor: Rik Verwaest, Bert Wollants, Ivo Andries, Ilse Lambrechts, Henri Pets, Charlotte Schwagten, Niels De Bakker, Annemie Goris, Jan Mortelmans, Katrien Vanhove, Anja De Wit, Tom Claes, Thierry Suetens, Dirk Frans, Maurits De Smedt, Marc De Keulenaer, Ellen Lissens, Anja Vlaeymans, Björn Gielen, Sylvie Bracqué, Peggy Mortelmans, Ipek Altun, Onur Alar, Christophe Wuyts, Xander De Vos, Piet De Zaeger, Martine Van der Kuylen, Sander Roelandt, Katrien Van Praet en Gert Van Eester

1 onthouding: Philippe Iglesias Bezemer

Goedkeuring met 30 stemmen voor - 1 onthouding

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad geeft goedkeuring aan het erkenningskader BOA voor vakantiepartners, nl. reglement ter erkenning van Lierse opvanginitiatieven.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST VLOTTER 2026-2031. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Sinds 2012 werkt Stad en OCMW Lier samen met Vlotter Vervoer (voorheen: Rolkar Rivierenland) rond aangepast vervoer. Deze dienst verzorgt vervoersaanbod voor mensen met een beperking, in het bijzonder rolwagengebruikers, via het ter beschikking stellen van vervoer met aangepaste liftbusjes.

 

Op 16 december 2024 werd de overeenkomst met Vlotter Vervoer goedgekeurd voor 2025.

 

Feiten en context

Jaarlijks sluit Vlotter Vervoer een overeenkomst af met het lokaal bestuur. Daarbij vragen zij een bijdrage van 0,33 euro per inwoner voor het uitvoeren van het vervoersaanbod in 2026. Daarnaast huren zij sinds 2017 een parkeerplaats op de parking van Woonzorgcentrum Paradijs.

 

In het Meerjarenplan 2026-2031 is de verdere ondersteuning van Vlotter voorzien. Voorstel bestaat erin om een samenwerkingsovereenkomst voor de komende 6 jaar (2026-2031) af te sluiten, met de mogelijkheid om jaarlijks op te zeggen tegen ten laatste 31 oktober van het lopende jaar.

 

Hieronder een kort cijferoverzicht van het geleverde aanbod met de meest recente cijfers.:

 

Aantal verreden ritten voor Lierenaars:

 

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Lier

768

988

626

623

1000

908

1489

1304

 

1302

 

 

Aantal unieke leden:

 

 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Lier

48

48

46

27

34

52

52

62

58

 

Om de samenwerking verder te zetten, wordt een samenwerkingsovereenkomst ter goedkeuring voorgelegd (zie bijlage)

 

Juridische grond

Decreet Lokaal bestuur

De samenwerkingsovereenkomst is nagekeken en waar nodig aangepast door onze juridische dienst.

 

Argumentatie

Goedkeuring van de overeenkomst laat toe de samenwerking met betrekking tot aangepast vervoer verder te kunnen zetten. Gezien de belangrijke mobiliteitsproblematiek voor mensen met een beperking vormt dit aanbod een essentieel onderdeel in het geheel van mobiliteitsmaatregelen ten aanzien van mensen met mobiliteitsbeperkingen.

 

Financiële weerslag

 

Actienummer

Omschrijving actie

S02/03/KAP/04

 

Mobiliteitsondersteuning bij mobiliteitsbeperking

 

Stemming

 

30 stemmen voor: Rik Verwaest, Bert Wollants, Ivo Andries, Ilse Lambrechts, Henri Pets, Charlotte Schwagten, Niels De Bakker, Annemie Goris, Jan Mortelmans, Katrien Vanhove, Anja De Wit, Tom Claes, Thierry Suetens, Dirk Frans, Maurits De Smedt, Marc De Keulenaer, Ellen Lissens, Anja Vlaeymans, Björn Gielen, Sylvie Bracqué, Peggy Mortelmans, Ipek Altun, Onur Alar, Christophe Wuyts, Xander De Vos, Piet De Zaeger, Martine Van der Kuylen, Sander Roelandt, Katrien Van Praet en Gert Van Eester

1 onthouding: Philippe Iglesias Bezemer

Goedkeuring met 30 stemmen voor - 1 onthouding

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist akkoord te gaan om de overeenkomst met Vlotter Vervoer opnieuw aan te gaan voor een periode van 6 jaar.

 

Art. 2 :

De gemeenteraad beslist akkoord te gaan met de verhoging van de vergoeding van 0,32 euro naar 0,33 euro. Jaarlijks wordt dit bedrag geïndexeerd.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

OVEREENKOMST OVERKOP STAD LIER - CAW RIVIERENLAND. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Op 21 april 2021 heeft het college beslist een aanvraag in te dienen bij de Vlaamse Overheid tot realisatie van een OverKop werking in Lier.

Midden 2021 heeft de Vlaamse Overheid 30 OverKop - werkingen erkend, waaronder het dossier van Lier.

In december 2021 is OverKop Lier officieel van start gegaan.

 

Feiten en context

HetnetwerkOverKopTrawant(OKT)iserkenddoorhetAgentschapOpgroeienvoor6OverKop-huizen inderegioTrawant,nl.Mechelen,Willebroek,Lier,Mortsel,BoomenHeist-op-den-berg.Elkvandeze 6Overkop-huizenbeschikkenoverdepartnerschappen,samenwerkingenenbijhorende financieringstrajecten om erkend te zijn als volwaardige Overkop-huizen.

 

Het lokaal bestuur Lier voorziet een Overkop-huis dat wordt ingericht naar de visie en het Projectplan Overkop Trawant 2.0, met toegevoegd addendum van het document ‘Mandaten en overlegstructuur OKT’,bekrachtigdopdestuurgroepOKTvandecember2025.HetOK-huisbedientdegeheleEersteLijnZone (ELZ)waarditOverKop-huiszichbevindt.

Het CAW Rivierenland is de verantwoordelijke penhouder van het netwerk OverKop Trawant. De stuurgroepOKTheeftop15december2025hetfinancieelkadervoor2026bekrachtigdwaarbijelkOK-huiseenbedragontvangtvan108.679,8eurovoordeELZtebedienenwaarinhetOverKop-huisis gelegen. Het lokaal bestuur Lier stelt zich op als penhouder van deze subsidie waarbij zij waken over de correctebestedingvandezemiddelen.Hetbeslissingsrechtoverhetbeheervandezesubsidieligtsteeds bijhetpartnerschap/delokalestuurgroep.Deze middelen kunnen uitsluitend aangewend worden voor de realisatie van het Overkop-huis te Lier.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur

 

Argumentatie

In functie van het ontvangen van deze subsidie wordt aan de gemeenteraad volgende samenwerkingsovereenkomst tussen stad en OCMW Lier enerzijds en CAW Rivierenland anderzijds ter goedkeuring voorgelegd.

 

Financiële weerslag

 

Actienummer

Omschrijving actie

LV03/04/SAP/01

OverKop

 

Stemming

 

eenparig

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist akkoord te gaan met de overeenkomst tussen stad en OCMW Lier enerzijds en CAW Rivierenland anderzijds in functie van de realisatie van OverKop.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST VZW DE MOEVE I.F.V. OVERKOP. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Op 21 april 2021 heeft het college beslist een aanvraag in te dienen bij de Vlaamse Overheid tot realisatie van een OverKop werking in Lier.

Midden 2021 heeft de Vlaamse Overheid 30 OverKop - werkingen erkend, waaronder het dossier van Lier.

In december 2021 is OverKop Lier officieel van start gegaan.

 

Feiten en context

OverKop is een werking, gericht naar (maatschappelijk kwetsbare) jongeren, met als doel laagdrempelige ontmoetings- en ontspanningsactiviteiten aan te bieden voor en door jongeren, mét aandacht voor een 'luisterend oor' en de beschikbaarheid van ondersteuning van het 'mentaal welbevinden' van jongeren. De sectoren jeugdwerk, welzijn en geestelijke gezondheidszorg werken nauw samen tot realisatie van OverKop.

In Lier is een sterk partnerschap uitgebouwd met partners zoals vzw De Moeve, team jeugd, team sociaal beleid, JAC, Straathoekwerk, Trawant,... Het partnerschap bouwt gezamenlijk aan een werking in Lier, binnen het kader zoals omschreven in het projectplan OverKop.

 

In het kader van uitbouw van de OverKop werking wordt aan de gemeenteraad volgende samenwerkingsovereenkomst tussen stad en OCMW Lier enerzijds en VZW De Moeve anderzijds ter goedkeuring voorgelegd.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur

 

Argumentatie

Toekenning van een toelage aan vzw De Moeve laat toe om een duurzame personeelsinzet mogelijk te maken in functie van uitbouw van de OverKop werking in Lier en bij uitbreiding de eerstelijnszone. Op die manier kunnen de ambities van OverKop - zoals geformuleerd in het projectplan - effectief in praktijk omgezet worden. M.n. de integratie van jeugdwerk, welzijn en geestelijke gezondheidszorg voor een diverse groep jongeren - speelt in op een prioritaire beleidsdoelstelling.

 

Financiële weerslag

Actienummer

Omschrijving actie

LV03/04/SAP/01

OverKop

 

Stemming

 

eenparig

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist akkoord te gaan met de samenwerkingsovereenkomst tussen stad en OCMW Lier enerzijds en vzw De Moeve anderzijds in functie van de realisatie van OverKop.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

OVEREENKOMST JAC IN FUNCTIE VAN OVERKOP. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Op 21 april 2021 heeft het college beslist een aanvraag in te dienen bij de Vlaamse Overheid tot realisatie van een OverKop werking in Lier.

Midden 2021 heeft de Vlaamse Overheid 30 OverKop - werkingen erkend, waaronder het dossier van Lier.

In december 2021 is OverKop Lier officieel van start gegaan.

Op 12 juli 2022 heeft het CBS een overeenkomst met JAC goedgekeurd rond de inzet van bijkomende uren in de OverKop-werking

Op 25 november 2024 heeft de Gemeenteraad een overeenkomst met JAC goedgekeurd rond de inzet van bijkomende uren in de OverKop-werking tot eind 2025.

 

Feiten en context

OverKop is een werking, gericht naar (maatschappelijk kwetsbare) jongeren, met als doel laagdrempelige ontmoetings- en ontspanningsactiviteiten aan te bieden voor en door jongeren, mét aandacht voor een 'luisterend oor' en de beschikbaarheid van ondersteuning van het 'mentaal welbevinden' van jongeren. De sectoren jeugdwerk, welzijn en geestelijke gezondheidszorg werken nauw samen tot realisatie van OverKOP. De essentie van de werking van OverKop is opgenomen in een projectplan (zie bijlage).

 

Eén van de gevolgen van de erkenning van een OverKop werking in Lier, is dat Lier voor 2026 recht heeft op een toelage van de Vlaamse Overheid van 108.679,80 euro in functie van een OverKop-werking in de eerstelijnszone r. Deze toelage moet worden ingezet ter versterking van de OverKop werking. Deze toelage zal voornamelijk dienen om personeelskosten te dekken voor een medewerker en coördinator van OverKop, alsook voor een stuk werkingskosten met het oog op het verbreden van het aanbod naar het niveau van de eerstelijnszone komende legislatuur.

 

Om de lokale werking in Lier te versterken wordt sinds 2022 samengewerkt met het CAW Rivierenland in functie van JAC-uren zodat er tijdens de openingsmomenten van het OverKop-huis in Lier steeds een hulpverlener aanwezig is voor de jongeren die dat wensen. In het kader van deze samenwerking wordt aan de gemeenteraad de overeenkomst met CAW Rivierenland in functie van bijkomende JAC-uren voor de OverKop werking in Lier voorgelegd ter goedkeuring.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur

 

Argumentatie

OverKop Lier heeft recht op een toelage in functie van versterking van de werking. De middelen dienen bijgevolg ingezet in functie van de verbreding van de OverKop-werking naar de eerstelijnszone. Om dit structureel en op lange termijn te kunnen doen zal de Vlaamse toelage ingezet worden voor het dekken van de personeelskosten en werkingskosten. Het lokaal bestuur Lier heeft bij de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031 middelen begroot voor de samenwerking met CAW Rivierenland in functie van JAC-uren.

Daarnaast is ook de inzet van hulpverlening een voorwaarde voor kwaliteitsvolle invulling van OverKop. Deze inzet van extra JAC-uren laat toe om hulpverlening in te zetten specifiek gericht tot ondersteuning van de OverKop-werking.  

 

Financiële weerslag

De stad Lier betaalt jaarlijks een bedrag van 19.211,28 euro, goed voor 0,2 VTE JAC-hulpverlening. Dit bedrag zal jaarlijks geïndexeerd worden volgens de gezondheidsindex gedurende deze legislatuur (2026-2031).

 

Actienummer

Omschrijving actie

LV03/04/SAP/02

Samenwerking met JAC

 

Stemming

 

eenparig

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist akkoord te gaan met de overeenkomst met CAW Rivierenland in functie van versterking van de OverKop werking van Lier.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

SAMENWERKINGSOVEREENKOMST EN TOETREDINGSVERKLARING BETREFFENDE DE UITVOERING VAN WERKSTRAFFEN EN DIENSTVERLENING. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

28 maart 2022: Justitiële maatregelen. Het college neemt kennis dat vanaf oktober 2021 veroordeelden opnieuw de mogelijkheid krijgen om bij vermelde diensten hun werkstraf uit te voeren in het kader van de justitiële maatregel.

 

Feiten en context:

Als er een misdrijf is gepleegd dat bestraft wordt met een politiestraf of correctionele straf, dan kan de rechter er voor kiezen om een werkstraf of een dienstverlening op te leggen. Dit betekent dat de veroordeelde (justitiabele) onbetaalde arbeid verricht ten voordele van de gemeenschap. De werkstraf en dienstverlening kan worden beschouwd als een gemeenschapsgerichte straf en maatregel waarbij de justitiabele verantwoordelijkheid opneemt voor de eigen daden en een positieve bijdrage levert aan de samenleving.

 

Stad en OCMW Lier neemt haar maatschappelijke rol op en werkt op dit moment samen met justitie door werkplekken en begeleiding aan te bieden.

 

Voor de uitvoering van werkstraffen en dienstverlening stelde het Agentschap Justitie en Handhaving een nieuwe samenwerkingsovereenkomst op, gekoppeld aan de opstart van een reclasseringsportaal en toetredingsverklaring.

 

De nieuwe samenwerkingsovereenkomst bestaat uit:

  1. Voorwerp van de overeenkomst. 
  2. Algemene principe.
  3. Doelgroep en wettelijk kader.
  4. Rollen en verantwoordelijkheden van het Agentschap Justitie en Handhaving en Stad en OCMW Lier.
  5. Samenwerking via het reclasseringsportaal.
  6. Kansenbeleid.
  7. Deontologische code.
  8. Schade en burgerlijke aansprakelijkheid.
  9. Terugbetaling kosten in het kader van de uitvoering van de werkstraf en de dienstverlening.
  10. Verwerking persoonsgegevens.
  11. Duur overeenkomst.
  12. Toekomstige wijzigingen strafwetboek en wetboek van strafvordering.

 

De toetredingsverklaring bestaat uit een verklaring tot verbintenis met de voorwaarden van de beraadslaging nr. 02/2025 van 18 april 2025 met betrekking tot de mededeling van persoonsgegevens tussen het Agentschap Justitie en Handhaving en de prestatieplaatsen.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur.

Strafwetboek.

Wetboek van Strafvordering.

 

Argumentatie

Stad en OCMW Lier werkt al verscheidene jaren samen met het Agentschap Justitie en Handhaving. Met de Stedelijke Diensten die een werkplek aanbieden en het Agentschap verloopt het contact goed en zijn afspraken gemaakt.

 

Schade en Burgerlijke aansprakelijkheid:

Het Agentschap Justitie en Handhaving voorziet tijdens de uitvoering van de werkstraf of een dienstverlening een verzekering tegen persoonlijke lichamelijke ongevallen zowel op de prestatieplaats als op de weg naar en van de prestatieplaats (meer bepaald een verzekering voor burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen).

 

Terugbetaling kosten in het kader van de uitvoering van de werkstraf en de dienstverlening:

Op basis van het Koninklijk besluit van 23 maart 2007 betreffende de terugbetaling door de Federale Overheidsdienst Justitie van de kosten in het kader van de uitvoering van de werkstraf en de dienstverlening kan de organisatie bepaalde kosten die voortvloeien uit de uitvoering van werkstraffen en dienstverleningen terugvorderen onder de voorwaarden door het besluit bepaald.

Ingeval de organisatie voor de uitvoering van voormelde regelgeving kosten dient te maken voor de justitiabele, kan zij een schuldvordering overmaken aan de FOD Justitie. De bepalingen en het model worden bij deze overeenkomst gevoegd.

 

De Samenwerkingsovereenkomst en de toetredingsverklaring zijn toegevoegd als bijlage 1 en 2.

 

Stemming

 

eenparig

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist de ‘samenwerkingsovereenkomst betreffende de uitvoering van werkstraffen en dienstverlening’ en ‘toetredingsverklaring' goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

FLUVIUS 2.0. - JAARACTIEPLAN OPENBARE VERLICHTING 2026. GOEDKEURING.

 

MOTIVERING

Voorgeschiedenis

Het college heeft in zitting van 23 januari 2017 goedkeuring gehecht aan het masterplan openbare verlichting.

De gemeenteraad heeft in zitting van 13 december 2019 goedkeuring gehecht aan het voorstel Fluvius 2.0

 

Feiten en context

De openbare verlichting op grondgebied van Lier wordt versneld vervangen door LED verlichting in het kader van het goedgekeurde voorstel van Fluvius 2.0. Fluvius maakt in overleg met de stad een meerjareninvesteringsplan op dat gebaseerd is op en uitvoering geeft aan het door de stad opgemaakt gemeentelijk lichtplan (masterplan openbare verlichting).

 

Het overeengekomen meerjareninvesteringsplan wordt minstens elk jaar verfijnd en omgezet in een concreet overeengekomen jaaractieplan. Het jaaractieplan prioriteert de voorziene investeringen. Het jaaractieplan omvat de lijst van alle in dat jaar uit te voeren werken aan de installaties openbare verlichting en de overeengekomen projecten m.b.t. esthetische keuzes voor de installaties openbare verlichting.

 

Het jaaractieplan bevat een budgetinschatting die bekend is en werd besproken voorafgaand aan het tot stand komen van de overeenkomst Fluvius 2.0 dd.16/12/2019. De stad krijgt periodiek een rapport over de stand van zaken van het jaaractieplan in de trimestriële overlegmomenten tussen het technisch bureau - openbaar domein en de nutsmaatschappijen.

 

Fluvius begroot elke drie jaar:

         (1) de investeringskost gekoppeld aan het meerjareninvesteringsplan en

         (2) de exploitatiekost openbare verlichting, voor de komende drie jaar,

en bepaalt op basis van die begroting een jaarlijks geïndividualiseerd forfait voor de gemeente.

 

Dit forfait wordt door de raad van bestuur van Fluvius formeel goedgekeurd. Fluvius zal het forfait jaarlijks verrekenen via het resultaat elektriciteit. Na elke driejarige periode wordt het forfait indien nodig aangepast in functie van de in de afgelopen drie jaar in rekening gebrachte kosten.

Het voorstel tot jaaractieplan van Fluvius voor kalenderjaar 2026 kwam tot stand in samenspraak met het technisch bureau - openbaar domein.

Prioriteiten werden gesteld in functie van de planning van de aan te leggen nieuwe straten uit de meerjarenplanning en de ouderdom van bestaande verlichting. Ook de geografische spreiding over het grondgebied van de vernieuwing speelde mee.

De overzichtslijst van de straten die in 2026 zullen verled worden binnen deze overeenkomst zijn:

● Anderstad

● Antoon Van Dijcklaan

● Antwerpsesteenweg

● Azalealaan

● Berlaarsesteenweg

● Bist

● Bollaarstraat

● Boomlaarstraat

● Ceciliastraat

● Corenhemelstraat

● Dalialaan

● David Tenierslaan

● Dolfijnenweg

● Dorpsstraat

● Driekoningenweg

● Frankenweg

● Guldensporenlaan

● Heidebloem

● Herderin

● Hoogveldweg

● Ijzerlaan

● Invalidenlaan

● Irislaan

● Jacob Jordaenslaan

● Kreeftstraat

● Krokuslaan

● Kroonstraat

● Kruisduitweg

● Kruisveldweg

● Leeuwstraat

● Legerlaan

● Leielaan

● Liersebaan

● Lijsterstraat

● Mimosalaan

● Misstraat

● Mushaag

● Nachtegaalstraat

● Oud-Strijderslaan

● Pallieterstraat

● Paul Krugerstraat

● Pieter Breughellaan

● Pirroenstraat

● Plashoevestraat

● Posthoornstraat

● Ramstraat

● Ravenstijn

● Ringenhofweg

● Rivierstraat

● Rode-Kruislaan

● Rozenlaan

● Schorpioenstraat

● Sint-Bernardusstraat

● Sint-Jozefsstraat

● Transvaalstraat

● Tulpenlaan

● Veldstraat

● Verzetslaan

● Vogelzang

● Vredelaan

● Vuurkruisenlaan

● Waterschransweg

● Zuid-Australiëlaan

 

Het jaaractieplan (in bijlage) geeft ook een overzicht van de toekomstige projecten tijdens de periode 2027 -2028. Deze lijst is indicatief. Momenteel wordt verwacht dat de verledding van de openbare verlichting volledig uitgevoerd zal zijn in de loop van 2028.

Het technisch bureau vraagt de jaarlijkse goedkeuring van het college voor de uitvoering van dit jaaractieplan voor 2026. Het goedgekeurde masterplan openbare verlichting wordt hierbij gehanteerd als leidraad. Zo werden o.a. de lichtkleur, de brandregimes en de locaties van de OV palen en armaturen vastgelegd per type straat. Dit masterplan werd reeds goedgekeurd door het CBS van 23 januari 2017.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur.

 

Argumentatie

Het jaaractieplan openbare verlichting 2026 dient ter goedkeuring te worden verzonden naar de gemeenteraad van 2 maart 2026.

 

Financiële weerslag

De financiële afweging om in te stappen in Fluvius 2.0 zit in de overeenkomst vervat.

 

Stemming

 

eenparig

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad hecht goedkeuring aan het jaaractieplan openbare verlichting 2026.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

KLACHT OVER AANPASSING APR MET BETREKKING TOT DE OPENBARE VEILIGHEID EN DOORGANG. KENNISNAME.

 

MOTIVERING

Feiten en context

Op 30 oktober 2025 werd een klacht tegen de stad over de aanpassing algemeen politiereglement Lier met betrekking tot de openbare veiligheid en vlotte doorgang ingediend.

 

Op 17 december 2025 ontvingen we antwoord van het agentschap binnenlands bestuur.

 

Juridische grond

Decreet Lokaal Bestuur, inz. artikel 333, tweede lid

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad neemt kennis van het antwoord van de gouverneur.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Overzicht punten

Zitting van 02 maart 2026

 

BESPARINGEN BIJ DE LIJN. VERWORPEN.

 

MOTIVERING

MOTIVERING

Wij stellen vast dat de schepen bevoegd voor mobiliteit, Ivo Andries, de bezorgdheden over de besparingen bij De Lijn onder de aandacht heeft gebracht, onder meer via de pers. Die aandacht is terecht, aangezien de impact op onze inwoners reëel is: wegvallende verbindingen, langere reistijden en reizigers die worden geconfronteerd met hogere tarieven terwijl de dienstverlening afneemt. De vraag stelt zich evenwel of een individuele communicatie volstaat om voldoende druk uit te oefenen op de Vlaamse Regering. Een standpunt van de gemeenteraad vormt een duidelijker politiek signaal. Daarom wordt voorgesteld deze bekommernissen te vertalen in een ontwerpbesluit, zodat de gemeenteraad met één stem de Vlaamse Regering en Vlaams minister bevoegd voor mobiliteit, Annick De Ridder, verzoekt de negatieve impact van de besparingen bij De Lijn bij te sturen.

 

ONTWERPBESLUIT:

Artikel 1:

De gemeenteraad neemt kennis van de open brief van de schepen bevoegd voor mobiliteit:

 

“Geachte minister,

 

Met deze brief wens ik mijn grote bezorgdheid en ontevredenheid te uiten over de besparingen die momenteel moeten worden doorgevoerd bij De Lijn. De recente aanpassingen hebben tot gevolg dat tal van rechtstreekse verbindingen verdwijnen en reizigers steeds vaker verplicht worden om over te stappen. Dit betekent niet alleen een langere reistijd, maar ook een aanzienlijke vermindering van het gebruiksgemak en de aantrekkelijkheid van het openbaar vervoer. Deze evolutie staat haaks op de ambitie om mensen meer gebruik te laten maken van duurzame mobiliteit. Bovendien stellen wij vast dat steden en gemeenten deze ingrijpende wijzigingen eenvoudigweg dienen te ondergaan, zonder dat zij over voldoende inspraak of compenserende maatregelen beschikken. Dit is bijzonder zorgwekkend, aangezien lokale besturen net inspanningen leveren om duurzame mobiliteit te stimuleren. Het huidige beleid lijkt moeilijk te rijmen met de doelstellingen van het Routeplan 2030, dat inzet op toegankelijk, efficiënt en aantrekkelijk openbaar vervoer. Door deze besparingen worden er in onze ogen meerdere stappen achteruit gezet. Het risico is reëel dat vele reizigers opnieuw voor de wagen zullen kiezen, wat niet de bedoeling kan zijn binnen een toekomstgericht mobiliteitsbeleid.

 

Wij zijn dan ook allesbehalve gelukkig met deze gang van zaken. Daarom wensen wij graag te vernemen in hoeverre er nog budgettaire mogelijkheden bestaan om deze negatieve impact te beperken of bij te sturen. Zijn er alternatieven of bijkomende middelen die kunnen worden ingezet om de kwaliteit en rechtstreekse verbindingen maximaal te vrijwaren? Wij hopen dat u deze bezorgdheden ernstig neemt en rekenen op een duidelijke toelichting.

Graag uw antwoord.”

 

Artikel 2:

De gemeenteraad onderschrijft de bezorgdheden zoals verwoord in de open brief van de schepen voor mobiliteit, gericht aan Annick De Ridder, Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport.

 

Artikel 3:

De gemeenteraad verzoekt zijn voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Vlaamse regering, aan Annick De Ridder, Vlaams minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport, aan De Lijn en aan de Antwerpse Vervoerregio.

 

Stemming

 

13 stemmen voor: Jan Mortelmans, Katrien Vanhove, Tom Claes, Ellen Lissens, Anja Vlaeymans, Björn Gielen, Sylvie Bracqué, Ipek Altun, Onur Alar, Sander Roelandt, Philippe Iglesias Bezemer, Katrien Van Praet en Gert Van Eester

18 stemmen tegen: Rik Verwaest, Bert Wollants, Ivo Andries, Ilse Lambrechts, Henri Pets, Charlotte Schwagten, Niels De Bakker, Annemie Goris, Anja De Wit, Thierry Suetens, Dirk Frans, Maurits De Smedt, Marc De Keulenaer, Peggy Mortelmans, Christophe Wuyts, Xander De Vos, Piet De Zaeger en Martine Van der Kuylen

Verworpen met 13 stemmen voor - 18 stemmen tegen

 

BESLUIT

Art 1 :

De gemeenteraad beslist het voorstel niet goed te keuren.

 

Publicatiedatum: 03/04/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.